Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vierde Tijdperk. Jaar 2509—2089. 219

woestijn, doorbrachten, leveren geene bijzonderheden op voor den gefchiedfehrijver. Geduurende dezelven was het geilacht, dat uit Egypte getrokken was, overleden, en een ander gedacht, hoewel niet beter, dan hunne vaderen, hadt derzclver plaats vervangen.

In 't begiu van het 4oite jaar, na de verlosfing uh Egypte, naderde het Israëlitisch volk , op nieuw, de grenzen van Kanaan, en «doeg zich, in zijne vorige legerplaats , bij Kades , neder. Hier overleedt Muijam , Moses zuster. —- Nu was het volk, in hunne hoop, en vooruitzicht, reeds bezitters van de vruchtbare landouwen, aan hunne Aardsvaderen beloofd; doch, in de woestijn bij

Kades, ontbrak hun water. Terliond rees er

gemor: zij verbeeldden zich, misleid te zijn; „zijn „ dit de bebouwde akkers, de vijgeboomen, wijnber„ gen , granaat-appelen, ons toegezegd ? Helaas! men „ vindt zelfs geen water, om te drinken! waren wij „ maar in Egypte, of in de woestijn, geftorven !" — Op Moses gebed, verfcheen Jehova's majesteit, in de onweêrswolk, en Moses ontving bevel, om, voor het oog des volks, eene rots, daar in de woestijn, met zijnen ftaf te daan, en er zou water uit vloejcn. Eens reeds was , op deze wonderdadige wijze, water bezorgd, evenwel Moses twijfelt, of dit ook nu weder zal gebeuren, en of de Godheid zoo langmoedig zal wezen, om het muiten van dit gedacht te dulden, het welk, door zijn gedrag, toonde, een echt nakroost tc zijn van hunne zondige vaderen. Hij doeg, in deze twijfeling,

de rots, en er kwam geen water, doch, op den tweeden dag, vloeide er een beekjen uit de rots.

O 4 Deze

Sluiten