Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

* VAN VUUXÏGE KOPPEN.

vuur. Mijn hondjen, dat den grootften man zoo wel als den grootften hond met hevigheid en woede aanvalt, de booze kat, de haanen, die zig, tot vermaak van de toekijkers, dood vegten, zullen zeekerlijk ook hun vuur hebben.

Men vindt dan onder de foorten van vuur eene verfcheidenheid , die zig bij de menfchen nog duidlijker dan bij het vee vertoont. Men ontdekt wild, verwoestend, en fijn nuttig vuur. Van enige menfchen wordt het fijner , van andere daarentegens flegts het groote, wilde vuur in aanmerking genoomen. Ik heb lieden gekend, welke ik voor regt vuurige koppen hield, en egter zeiden menigmaal andere van hun dat zij geen vuur hadden. Daar zou hier veel te herhaalen zijn dat van den heldenmoed en van de inbeeldingkragt is herinnerd geworden.

Een fterk heet mensch, die zijnen vijand, trots alle gevaaren , onverzaagd aangrijpt, heet bij veele een vuurige kaerel. Een ruuwe foldaat, die wild en trotsch bij den boer de kamer intreedt en, met duizend vloeken, wilde oogenrondflaat, zal van den boer een vuurige kaerel genoemd worden. Tmemus nero, een zwelger, die, naar men zegt, zulke glinfterende oogen gehad heeft, dat hij, als hij des nagts wakker wierdt, in het duister zien kon, die met eene knip op den neus een volwasfen kind het hoofd verpletteren kon, die zoo veele mannen vermoord en zoo veele vrouwen misbruikt heeft, deeze-

Tl-

Sluiten