is toegevoegd aan je favorieten.

De wijsgeerige arts.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI. H O G P D S T U K.

b;:vLa.((^%.ï.iatl^ii*.rooLar-x: ■■: <,. ; -y, ...

VREESACHTIGHEID, BANGHEID, BLOHEID.,

{T'imiditas, Puftiïanimitas.')

§. I.

Befchrijving der Ziekte,

J\{fen vreest een kwaad en houdt zig buiten ftaat om het afteweeren, of men ziet dikwerf eene kleinigheid als een groot kwaad aan en ziet het grootfte gevaar daar dikwijls geen gevaar is. Men waagt het niet zig tegens dat werklijk of ingebeeld gevaar te verzetten, alle kragten zinken veel eer neder, het hart wordt met bloed opgevuld en heeft de kragt niet het naar buiten te drijven, met beeft, men riddert. Men heeft niet het minfte vertrouwen op zijne eigen kragten. Men duldt beledigingen en knippen voor den neus, zonder 'er zig tegens te verzetten, wijl men vreest dat 'er dan nog dugtiger Hagen op zouden volgen. Deezen gemoeds-toeftand noemt men blodaartigheid', vreesachtigheid.

Als men fteeds duistere inbeeldingen heeft en zig met gevaaren en ongelukken kwelt, die Hechts onder de verwijderdlte gebeurlijke omftandigheden mogelijk zijn; als men elk kleinst gevaar, elk gering fpoor van ongenade als ongemeen