Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*4 NIEUWE NATUUR-, GESCHIED-

ZESDE HOOFDSTUK.

Van De komeeten of staartsterren.

Het altoos ïriet vooröordeelen bezette Gemeen, kcntdeze Sten-en, welken zich zomtijds een geruimen tijd aan den Hemel hiaten zien, het beste onder den naam van Staartflerren; nadien dezelve een heldreo Staart heb ben, welke zich altijd van de Zon afkeerd, en door eenvotidigen , als voorboden van Gods oerdcelen, met fidderiitg befchouwd

worden. • Zekerlijk maakt de

zeldzaamheid van zodanige ver fchijnfelen, ook zeldzaame inrfrukfelen op 's Menfchen harte. Verfcheidene genoelens der Uuden aan te roeren zou ovcrtallig zijn, nadien men voor omtrend twee Eeuwen zich eerst met ernst heeft toegelegt, om den loop der Komeeten na-ir te lpooren. Ucho BitAiie onderzogt die van Ao. 1577, en op zijn fpoor volgde Kepler cn Hevemus, doch •werden, zo als ook nog anderen, in het onderzoek naar de waare Wetten, welke deze Sterren, in hunne beweeging voorgelchree■ven zijn, overtroffen, door den beroemden Newton; welke zijne uitvinding van de zwaartekragt. zo gelukkig op het Hemelftelfel wist toe te pasfen. Onze bekwaame Landgenoot Nicolaas Struik heeft in zijne Verhandelingen en onderzoeken, omtrend deZe Sterren, ook wezenlijk veel lof verdiend en verkreegen.

Wanneer men deze Sterren met het bloote oog beziet, dan vertoonen zij zich meestal als Sterren van de eerfte, tweede of derde grootte; zelfs zijn 'er verfcheenen, welken zich als Venus cn Tupiter voordeeden: en de Komeet van 1652 wierd voor omtrend zo groot als de Maan, aangezien. Doch voor den. Verrekijker zijn deze Stenen zeer ver-

inderlijk van gedaante: nu zijn ze eens rond, gelijk de Dwaalfrerren, dan helderblinkende., dan ,veêr donker, en ook gloeijende als vuur. Volgens het gevoelen 3er meeste Natuur- en Sterrenkundigen, bevind zich ora liet binnenfte, klaarde en digtfte aejeelte, 't welke men het hoofd van den Komeet noemt, een groote, breede en digte Dampkring, welken; wanneer het gemelde hoofd, door de Zonneftraalen verlicht is, en dezelven op onze Aarde terug werpt, een zeer dunne damp verlpreidt; welke damp zo doorfehijnende is, dat incn 'er de andere Sterren door heen kan zien. Zo dat men deze Damp of zogenoemde Staart, enkel voor eene uitdamping van deZonshitte, uit het binnenfte van dc-n Komeet voordvloeijende, moet houden.

Als eene bijzonderheid merkt men op, dat de Staarten der Komeeten , zich altoos van de Zon afkecren; zo dat wanneer de Zon onder gegaan is, en de Komeet zich in bet Westen zien laat, de Staart zich 4a" "a het Oosten keert; cn bij gevolg, verbergt zij , in dit geval, bij het ondergaan haar Staart, laaier dan het hoofd, onder den Zichteinder; maar dezelve komt, in tegendeel bij bet opgaan weder eereter te voorfchijii.

Van de Beweeging der Komeeten.

Newton heeft bewezen, dat de Staartflerren, even ah deDwaalfterren, zich in ovaale kringen voordwenden , van welken de Zoa hec brandpunt is. De weg, welke een Siaartiler door dez< beweeging aan den Hemel befchrijft, wordt de doortogtslijn genoemd ; en op deze lijn bevind zich het midden

Sluiten