is toegevoegd aan uw favorieten.

Woldemar.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WOLDEMAR. nf

«nzinnelijkfte vreugden, dan, wanneer wij zinlijk, handelden. En offchoon wij diergelijke gewaarwordingen naaderhand afzonderen en ecnigzina bij ons behouden kunnen; kunnen die toch, in dezen afgetrokken Itaat, flegts op eene zeer duiftere en toevallige wijze beflaan; zij gelijken, zo als ik reeds voorheen opgemerkt hebbe, naar een droom, en hebben eene geftadig duurende hernieuwing, door een herhaalde daad, noodig. Deugd moet dus met behoefte 'en hartstogt famen vloeijen, zoo zij volftaande zal weezen; gelegenheid en omflandigheeden moeten heure daaden tot burgerlijke daaden, en als tot een gilde ambagt maaken l— Zoo nu deze gelegenheid, deze omflandighceden....

Gij vervalt in herhaalingen , zeide woldemar , op zulk eene wijze zullen wij niet verder komen. Het geen gij voortbrengt is zo weinig tegen mijn gevoelen en mij zo weinig vreemd, dat ik mijne eigene wendingen en woorden weder in uwe rede aantrelfe; gij gaat flegts, in het verbinden en gevolgtrekken naamelijk , eenzijdig en vlugtig te werk.

Zo veel is zeeker dat de deugd zich niet fpitsvondig aanleeren laat, en dat goede edeie gedagten flegts uit goede en edele neigingen en driften voort kunnen koomen.

Ook dat kan waar zijn, dat onze ziel, even

zo