Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6 de JONGE REIZIGER

over alles wat gy 'er fraai in vinden kunt, al myn antwoord zal zyn: bet bart [prak.

Den voormiddag van dien dag befteede ik aan vifites by de Heeren van het kransje, en tegens half drie waaren wy op den binnen Amftel. Charlotte, was gekleed in eene circasfienne, die baar tot eene Vernis maakte,gelyk Vondel die afmaalt in Eneas, daar zy deezen haar zoon naby Carthago ontmoet. Belle was mede zo prachtig als het in haar garde robe kan u.tgezogt worden. EHze, was zo ftiüerjes gekleed, dat men geen acht op haar zou geflaagen hebben, als haar Hef, zacht gelaat, niet tekende dat het een beminlyk meisje moest zyn. —-. De Heeren waaren allen, en gala, Goudwaard zag ik nooit zo ryk, maar ik, Karei, die niet wist dat 'er zo veel geftom* mei zou plaats hebben, ik kwam 'er in myn mir. dois rokje zo familliaar als anders. Ik moes* de raillerie verdraagen, en toen ik eindelyk na huis wilde om het te verhelpen, vereerde de lieve Lot my met deeze zegenende woorden: blyf maar, bet kleed maakt bier de man niet.

"t Speet my dat de kwellende geesten toen

van my op haar vielen, doch gelukkig, zy wist zich zo wel te redden, dat men haare antwoorden geuuurig móest applaudifeeren. — Geduurende myn reize waaren Peterfèn enluedriï*

fiai

Sluiten