Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Word thans Euroop' gefchud door felle fhatsöïkanen,

Beftormt het noorden 't zuid', vernielt het oosten 't west', Verzwelgt het aardryk naauw' de beken bloeds en tranen Van 't menscbdom, dat, op 'tzien der golvende oorlogsvanen,

Als tygers tegen een verwoed word aangeprest; Ziet elk zich door 't verderf niet epen muil begrimmen,

De hoop is niet verdoofd, al fchynt zy flaauw in druk, Doet ze eenmaal Hechts een vonkje in 't aklig duister glimmen * Dan ryst een heldre dag haast uit de zwartfre kimmen:

De ramp, het oorlogswee, teelt vrede en bly geluk;

Dat heil, fchier de aarde ontvlugt, moet nimmer uontwyken;

'tVloeij' duurzaam om u heen, als de Yftroom om uw' wal! Zie u van oost en west met 's waerelds fchat verryken, En, wat ook voor het woên der tyden moog' bezwyken,

Nooit ga uw koopvaardy, nooit ga dees ftad ten val! Hier blyv' de nyvre vlyt, de handel, veilig leven;

Hier zy de kalmte door geen oproerfchreeuw geftoord; Geen nadrend krygsgerucht, geen onheil doe u beven; Het veld moet ryken oogst aan uwe fchuren geven,

En 't hupplend rundvee tele in vruchtbre beemden voort!

Sluiten