Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN DËNHEERE 21 P. F. R O O S

Toen zyn Ed: myne Proeve van Poëtifche Brieven met een Lofgedicht vereerd laadt.

Jï_ïoe heeft uw zang myn hart gevleid,

Roos.' daargy my uw lofspraak fchenkt, Daar gy, met veel bevalligheid. Met fmaak en zoete taal het recht der waarheid krenkt! •«$?•

Maar 't Kransje, dat gy voor my vlecht,

Praalt fchoonder op uw eigen hoofd; Gun, dat myn' hand het daarop hecht', Terwyl zy Hechts voor my één enkel blaadje rooft.

O Roos! al flaat gy, ver van my,

Uw' lier voor God, en 't Vaderland, De ftem van 't noodlot fcheyde ons vry, 'K bemin, ik eer u toch /.. zie daar myn rechte-hand!. .

C 3 Dat

Sluiten