is toegevoegd aan je favorieten.

Beknopte letterkundige geschiedenis der systematische godgeleerdheid.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Systematifche Godgeleerdheid. 220

In zijn ftraks aangehaald bericht merkt hij niet onjuist aan, dat het ijveren tegen het Kartefianismus zeer kwaade gevolgen moest hebben voor de Evangelieleer , naardien het zelve meest gefchiedde van lieden, die niet alleen geene Wijsgeeren waaren, maar zelfs de fchriften en meeningen van descartes niet doorgedacht hadden. Hij had, naar alle waarlchijnlijkheid, het oog op de kerklijke Klasfen in ons vaderland. En hadde Hij dan wel ongelijk? Zeer veele Predikanten', zo dra ze in de bedieningzijn, laaten de ftudiën liggen, en bemoeijen zich Hechts met hun predikwerk, 't Gene hun in handen valt, wordt doorgaans beoordeeld naar de Dogmatiek, welke zij in een nagefchreeven Diktaqt uit de Akademiekollegiën te huis gebragt hebben. In waarheid hadde men zich in blinden ernst niet zo pal gezet tegen de nieuwe Wijsgeerte, zij zoude nooit zulk eene fchade aan de Godgeleerdheid berokkend hebben : zij zoude over het algemeen zo zeer niet met dezelve vermengd zijn geworden. Men tracht toch altijd na het verbooden en na 't gene van anderen overdwarscht wordt. Dit meent men, dat duizendmaal meer waardig, en oneindig aangenaamer zij, dan het in de daad is. Bekker zelf, hoe fterk hij anders ook de Kartefiaanen begunftigde, was er zeer tegen , om, zo als hij zich uitdrukt in het meergemeld Bericht (*), de f flinterige vraa-

gen

O Bl. 715.

P 3

XVII.

eeuw.