Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

234 ÓVER DE MELAATSHEID

Elephantiafis der Ouden; doch, men twist onder den Geneeskundigen zelve, of deeze kwaal de me. laatsheid zelve, dan eene daar van verfchillende ongefteldheid (e), dan wel eene hoogere, of de hoogfie trap der melaatsheid zy.

Daar nu dit laatst gevoelen vry algemeen word aangenoomen, zal ik het zelve, als recht zynde, vooronderftellen GO* maar even dan blykt het zonneklaar , dat deeze kwaal de melaatsheid der

oude

(O Zie SCHILLING, pag: 20. Cel: HAHN in Prol: ibid: pag: 14.. En CEL SUS 1: e: pag: i76, 341. onderfcheidt de Elephantiafis en die drie kwaaien, welke men de melaatsheid der Grieken noemt; verhel' ook LIEUTAUD 1: e parte 1. pag: 427. GALENUS befchryft ook de Elephantiafis als eene onderfcheiden kwaaie, vide opp: torn: 2. fol: 84. vfo. & feqq. S ANDJ.US 1: c: comm: 29. pag: 4o4. zegt watbreeder: alle melaatsheid is zeer gelyk aan de Elephantiafis, gelyk de Genees heeren uit Galenusweten; ja zy verfihilt niet van dn Elephantiafis, zoo 'er eert verzweering bykoomt, en niet alleen het vel, maar ook het vleesch wegvreet; want dan maakt ze beide zwart, gelyk een oliphant heft. waar van de benaamim koomt.

(ƒ) SCHILLING zelve erkent dit, pag: iyr. MEAD, pag: 14, zegt, dat de Elephantiafis aHeen in' trap van de leuce verfchille; doch, hoe. dit te vereffenen zy met het geen HILLARY [zie Michaelis Vraag: bl: 66. en 67.] van de Elephantiafis zegt, zal niemand ooit begrypen. PLUTARCHUS zeide reeds, opp: tom: 1. fympof: lib: 8. quaeft: 9. pag: 732. dat hy de Elephantiafis hieldt voor de geweldigheid van de fchurfi,

Sluiten