Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 14° >

zoo als ik naderhand eerst bemerkt heb, meer noch ■ min, dan: de wereld moet in een groot Philanthropin, en de menfchen zoons en dochters, zij mogten nu Diademen of vilthoeden, of huiden van beerenkoppen, mutzen van linnen of Poims, of veeren of bloemen op het hoofd, gouden ringen of eïerfchaalen iri de ooren, of hondenbeenen in den neus, ftaalen of houten degens dragen, in Philanthropin kinderen veranderd worden.

Bladz. 119. „ De Heeren (Leeraars van het Philanthropin) waren allerwegen Adepten. Ik zou u veel van hunne geheimen vertellen kunnen. Maar hoe de Wereld, die wij thans de eerfte keer door de oogen van onze leidslieden befchouwden, en haar dus heel natuurlijk gantsch heterogeen met onze Philanthopifche Toverlantaarn vonden, ons voorkwam , ook hoe zij er uitzien zou , indien het eens nog naar het brein van onzen meester gaan zou, dat kunt gij ongeveer uit zoo menig boekjen vernemen, dat zedert eenige jaaren in de geheime drukkerij der geheime heeren in 't geheime Athenen uitgekomen is. "

Bladz. 202. „ De groote Heeren laren de kleine Heertjens thans fchrijven, vraagen en wrijven, wat zij maar kunnen, en doen ondertusfehen, wat zij willen, als of er geheel geene kleine Heertjens waren, die daar kennis van namen. Dit verdriet nu de kleine Heertjens al te zeer, en zij maken daar over fteeds meer gekachtig en onverftandig gewoel, en zullen het binnen kort

zoo

Sluiten