Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

354 REDENVOERING OVER DE VERBRANDINGE

geen zyne Rechtvaardigheid, omtrend het tegenbeeld der oude flachtofferen vorderde, althans ze» ker ten blyke van zyne heilige goedkeuringe, en hooge gunfte , dat brandoffer, 't welk volgens het voorfchrift dat hy gegeeven had, was toebereid (h%. Maar ook die zelve Jehovah deed tot asfche verbranden, die Priesteren, welke tegen zyne wet hem een offer bragten; ten bewyze van zynen toorn en rechtvaardig wreekende gerechtigheid» zendende daar toe op dezelve wyze vuur uit van zyn aangezicht (/').

Laat ik 'er eindelyk by doen , Mofes zelve heeft myne opvattinge bewezen, daar hy dit omkoomen deezer Priesteren, noemt een brand dien de Heer aangefteken heeft, met een woord het geen eene geheele verbrandinge aanwyst (k).

O ontzaglyk God! o geduchte wreekende gerechtig-

(ft) Juftitiam quoque fuam , qua; conflagrationem facrificii veri quod peccata expiaret, requirebat; idque acerbisfuna morte interimendum poflulabat; aliasque füas in eo virtutes dedit confpicuas. Confer N. SClHËRË Doctr. Teftam pag 35,

(i) Zeer wel, fchoon uit eene verkeerde Vóóronder(lellirige,tekent hier op aan J. THADDJEÜSCohcil. Bibl. pag 34. pari enira paflu ambulant, Dèi erga pli corda amor, imrurique cordis abominatio.

(%) J*|fj^|yt welk voorkoomt Levit. 10: 6. en waar mee men Deucéfbn. 29: 23. en veele andere plaatfen vergelyken kan.

Sluiten