is toegevoegd aan uw favorieten.

Waarnemingen omtrent de natuur en genezing der koortsen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 278 )

Somtyds zal deze ettering en ontlasting, zonderdat er een.ge huivering wederkoomt, geregeld tot het einde der koorts voortgaan. Ik erinner my egter niet ooit een volkomene crifis gezien te hebben, die met eerst met een gevoel van kruipende koude begon en waarop een vermeerderde warmte, en naderhand tekenen van koking, 0f door zweeten, of door afgangen, of door watereri of kwylen volgden. Dit » myn denkbeeld, het welk ik my van, de oplosfing (refolution) gemaakt heb, want offchoon fommige ontftekingen in het eerfte begin „ door de open mond der ader", zo als Sydenham dit uitdrukt, kunnen weggenomen worden, ZOnder dat er koking of fcheidmgte wagten is; kan dit egter alleen plaatsvinden, voor dat er zig veel ontftekmgftof gevormd heeft, zodat, wanneer de koorts flegts eenige dagen geduurd heeft, er altoos een foort van koking of fcheiding volgen moet.

Het is dikwyls fchadelyk den koortsbast te geven zo dra er tekens van koking zyn, doch in geene koorts is ditfehadelyker dan in een eenvoudige ontfteking, vooral wanneer het waarfchynlyk is, dat zy door dc natuurlyke ontlastingswegen zal afgaan.

Wanneer de koorts met een kloppende vaste pyn in het een of ander deel verzeld is, heeft men grond te vermoeden, dat de natuur voor heeft een gedeelte der ontftekingftof aldaar neer te zetten, om ze eindelyk door een verzwering te ontlasten: men kan daarom zulk een zweer aanmerken, als een nieuw werktuig van ontlasting; en daar dit dikwyls een gebrek van een andere ontlasting vergoed, dient men die te