is toegevoegd aan uw favorieten.

Brieven over den oirsprong en de oogmerken van het kwaad.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( io8 )

der hartstochten kan men zich even min wagens, als koetfen en fraaije tuigen, verbeelden; omdat zulke menfchen, die zich de gaven dei svllde Natuure laten welgeval'en, "ge en handel zullen drijven noch eenige vruchten vervoeren. Derzelver reizen gaan Hechts zoo ver, als noodig is om hun voedfe! of water te zoeken; en dit zal zeker niet ver zijn. Of de jagt hen verder zoude voeren, is eene andere vraag. Want zij zouden niet moorden , derhalve vervalt ook de Aardrijksbefchrijving, de Gefchiedenis der Natuure, weike zich altijd buiten eens ieders engen kring uitffrekt, geheel en al. De bewooners van het vaste Land zullen niet weten, dat 'er Zeeën zijn; die van het vlakke veld zal geen begrip van bergen hebben, en hij , die moerasfije gronden en heiden bewoont, zal van hooggeftamde boomen gene kennis bezitten.

Hoe zullen de menfchen zich aldaar-vormen ?)

„ De reizen gingen niet ver." In de daad,

men weet niet, waarom een mensch reizen zal, als niet ééne behoeften, niet één hartstocht hem daartoe ui'.noodigt. Uit Nieuwsgierigheid?

Men flelle zich den mensch in zijnen, van onzen tegenwoordigen ftaat zoo zeer verwijderden, toeftand voor. Van waar zal dan deze Nieuwsgierigheid komen ? En zo zij al plaats bij hem vond,

van waar zoude zij eenig Voorwerp en voedfel nemen? De ganfche Aarde zoude een woud zijn, waarin men hier en daar eenige flegte hutten, en

gene zeden zoude vinden. De Natuur heeft

voor de grove zintuigen der menfchen gene bekoorlijkheid, en de Menfchen waren niet waardig Nieuwsgierig te zijn. „ En de Mensch ge¬

bruikte alleen die middelen, welken de Natuur hem

ge-