Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14 FAUSTIN,

naar den tuin , en begon daar boomen te planten en een heining te maakeu. Eensklaps hoorde men een briesfchend gebrul; de boeren ftormden de kroeg uit naar hem toe, vloekten op faustin, rukten de pas ingeheidde paaien weder uit den grond, en vertrapten de jonge boomen. Faustin wilde dit onbefchoft gefpuis zeer bedaard aan 't verftand brengen, dat deszelfs handelwijze tegen de rede en verlichting regelrecht aandruischte; maar nauwlijks had hij deze woorden uitgefprooken, of eenige van de minden uit den hoop riepen: (laat dien Lutheraan dood! en in 't zelfde oogenblik lag daar onzen Philofoof, met de armen en beenen wijd uitgeftrekt, als een kikvorsen op de aarde. Inmiddels fprong de Schout toe, om zijnen zoon te redden; doch ontfing zulk een ruuwen ftoot op de borst, dat hem dezelve machteloos deedt nedervallen. Zijne knegts koozen het haazenpad; en faustin wierdt, voor zijnen ijver, nog wakker blond en blaauw geflagen. De boeren braken vervolgens alle zijne gereedfehappen kort en klein, keerden naar de kroeg terug, en zwoeren bij alle Heiligen van hun land, zij wilden het koorn veel liever op het veld laaten rotten, dan op één der afgefchafte feestdagen arbeiden.

Faustin was genoodzaakt eenigen tijd het bed te houden. Pater bonifacius, die hem trouw gezelfchap hieldt, las hem eerst de Malio-

met

Sluiten