Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 3 )

ter glorieufe Nagedachtenisfe van den beruchtcn Ro_ meinfehen erutus gjsdraagen wierden. —

Maar! — Wat of die iirutus dan tóch wel voor een Vent geweest moge zyn, dat men, zooveele ecuwen na dcszelfs dood, nog zoo gaarne met een -Aapen-tronietje voor den dag komen wilde,als mcri zynen Nederlandfchen, Vaderlandfchen of Bataaffchen, Kop maar als twee duppelcn waters naar den zynen mogt doen gelyken ? — Heeft hy dan door zulke voortrerfelyke daaden uitgemunt, dat men hem, met Recht, zoo ecne Eer mogt waardig keuren? — Is zyn Karakter dan ook waarlyk zéé reebtfebapen, zóó deugdzaam, zóó beminnelyk, geweest> dat hy, met Grond, als een Voorwerp van Navolging mogt geftelt worden? —

Hy bonste Koning tarquinius superbus van den thoon; — veranderde het Roomfche Ryk in eenen Burgcrftaat; — cn ftelde hetzelve, alzo, bloot aan alle telkens afwisfelende rampen, welken van eeue zoodanige omkeeriug van zaaken, meest altyd, onaffcheidelyk zyn: — Zie daar, het zoogenaamde Heldenfrukj 't welk hem zoo zeet heeft beroemd gemaakt! —

En wat fpoorde dien Romein toch tot zulk ecne Onderneeming aan ? — Deed hy dezelve, om den Staat waarlyk meer Voorfpoeds cn Geluks te fchaffen? —

Neen zeker! •— Een verborgen Eigenbelangj, — even als dat van alle uitanturiers, — was er de haatlyke Dryfveer van! — Want: wat toch is anders zyn voemaame But geweest, als om, — flegts onder eenen anderen Naam of Titel als die van koningj A 2 — eyëfi

Sluiten