is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der algemeene oeffenende heelkunde.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. zweeren, 6;

üeziiig bewerken , door de middenfte kie; der bovenkaak, aan de ongeitelde zijde wegteneenien; door den grond der tandkas tot in den kaakboezem, met een drilijzer te doorbooren; en door zig van deeze opening te bedienen tot het doen van zuiverende en balfemachtige infpuitingen,

§. 241. In 't geval van een bijzijnd beenbederf, en vooral van een fponsachtig uitwas, is de daadlijke branding, het vermogendst hulpmiddel.

§. 242. De zweeren van den gehoorweg, zijn of eenvoudig of verzeld van beenbederf: de hoedanigheid van den uitvloejenden etter, fielt ons bijzonderlijk in Haat, om van het een en ander te oordeelen.

§. 243. In het eerfte geval verkrijgt men de genezing gemaklijk door het bijbrengen van witten wijn en Roozenhonig: in het laatfte Wordt hiertoe vereischt , een aftrekzei van Myrrhe in brandewijn , de Geest van Maflik, en dergelijken. Uit deeze zweeren groeit dikwerf een fponsachtig vleesch , 't welk moet verteerd worden met zachte bijtmiddelen, of uitgetrokken op de wijzé der neusproppen,

E &

Uicttn tiiiA. tu anditvith