is toegevoegd aan je favorieten.

Geschied- en staatkundige verhandeling over het recht verstand der Unie van Utrecht met betrekking tot de heeren stadhouders van Holland en Zeeland.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERHANDELING. 3*

Ambten zorms door twee onderfcheidene pérfo* nen bekieed zyn geweest; welke onderfcheiding zeer duidlyk blykt uit de inleiding der Commisfie van willem I. A. 1559. alwaar de Koning ver*

klaart: „ dat zyn Neef Heere Willem van

„ Nasfau goede dienfien gedaan heeft —• in den „ Iaatften Oorlog tegen Vrankryk, in hoedanigj, heid^ als Lieutenant en Capitain Generaal'vati ^ onze Armee;" daar hy hem nu aanftelde », tot „ Gouverneur en Lieutenant Generaal van onze Graaffchappen van Holland, Zeeland, en den „ Lande van Utrecht!' In de eerfte dezer plaatzen ziet buiten kyf het woord Lieutenant op den rang, dien hy in 's Vorften plaats by het Leger, bekleedde, en Capitein Generaal op het algemeen Bewind des geheelen Legers; terwyl in de twee* de benaming het woord Gouverneur doelt op de opperbeheering des geheelen Lands, ten aanzien van de Onderzaten, en dat van Lieutenant Gene* raai, op den rang, welken hy ook in dit bewind t als 's Vorften plaats vervangende $ bekleedde» Era vermids in den jaare 1559., voor zoo veel ik weet, in Holland geen afzonderlyk Militair Op« perhoofd was, nam willem I. dit ambt, onder den tytel van Gouverneur, te gelyk waar, blykenda zyne eerfte Inftru&ie, hem door den Koning ge* geven ( 18 ). Midlerwyl moet men tevena ópmerken , dat willem I. in den jaare 1538. door den Koning ook was aangefteld tot Généraal van de Oude Bende van Ordonnantie, ( welke carel als eene bezoldigde militie hadt ingevoerd), het geen blykt uit den Lastbrief, die nog

oor*

(18) Vergelyk wagenaar, Amjltrd. ith ö.&!ad£489, 4P3- en volg.

F