Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SA: VERKLAAR ING van het

IX: 6. Dan. II: 43, 44. VII: 13, 14; en het welk joannes de Dooper en jesus hadden verkondigd als nabij gekomen, zoo dat het geen bedenking leidt of het zelve wordt hier bedoeld. Dit rijk nu zou de messias, na dat Hij in het vleesch verfcheenen was, de verzoening zou hebben uitgewerkt, en verhoogd zou zijn geworden aan des Vaders rechterland, oprichten en bellieren: een Koningrijk, dat zich zou uitftrekken tot alle de volken der aarde, die Hem zouden hulde doen, en welks voorrechten geestlijk en hemelsch zijn zoude, en in een overvloedige maate worden bedeeld; gelijk ook de wetten van dezelfde natuur zijn zouden: een Koningrijk,dus onderfcheiden van het vooriggenaderijk , waar onder de genade fpaarzaam werd bedeeld, ten blijke dat aan de Godlijke gerechtigheid nog niet was voldaan, waarin de Heidenen waren uitgeflooten,en bij welk Genaderijk gevoegd was een uitwendig en voorbeeldig Godsrijk.

Wanneer nu hier gefprooken word van het Koningrijk Gods te zien, zoo heeft dit betrekking tot deszelfs voorrechten, gelijk meermaal, met opzicht daar toe van Gods Koningrijk gefprooken wordt, bij voorb,, Rom. XIV: 17. het Koningrijk Gods is niet fpijs en drank; maar gerechtigheid, vrede en blijdfchap door den Heiligen Geest. Dit Koningrijk ven, wil, naar een zeer gewoone beteekenis, zoo veel zeggen als genieten, zoo leezen wij van het goeds te zien, Pf. XXXIV; 13. Pred. VI: 6.

Ten zij nu iemand van boven gebooren ware, ko» hij dit Koningrijk niet zien. — Want, is de ge?*chtigheid van den Borg de grond waar op die

Gods,

Sluiten