is toegevoegd aan uw favorieten.

Over het euangelie van Joannes.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»$A VERKLAAR1NG van het

doen. — De Hoveling geloofde ook reeds op grond van de wonderwerken, welken jesus verricht had, dat Hij zijn zoon konde geneezen. — En hij merkt jesus antwoord aan, niet als een verwijt, maar als een inftemming van zijn verzoek; want hij begeert hierop dat jesus wilde afkomen, eer zijn kind ftierf.

Wij vatten derhalven 'sHeilands woorden op als een bevel, en vertaaien ze: gij zult niet gelooven, dat is, gelooft niet, gelijk de toekomende tijd, bij de Hehreen, meermaalen gebiedende gebruikt wordt; zoo dat de zin is: indien gij van mij geen teekenen en wonderen ziet, zoo gelooft mij niet, waar in dan een verklaaring lag, dat Hij voorneemens was voor hunne oogen wonderen te doen; en zoo was dit een gepast antwoord op de bede van den Hoveling, die dan hier uit verneemende, dat jesus zijne bede inwilligde, nu aandrong, dat jesus met hem naar Capernaum wilde afgaan. Jesus antwoordde met reden op die wijze. Hij wilde de Galileërs te kennen geeven, dat Hij onder hen wonderen zou doen, gelijk Hij in Judea gedaan had, en zonder dezelven geen geloof vorderde,

vs. 49. Be Koninglijke [Hoveling'] zeide tot hem: H:ere! komaf, eer mijn kind fterft!

Met gevoel van eerbied en hoogachting noemt hij ^esus Heere. Hij herhaalt zijn bede; doch begeert nu verder, dat jesus ten fpoedigften naar Capernaum ging, uit aanmerking van het dringend gevaar, °t Was een zwakheid in zijn geloof, gelijk wij zeiden, dat hij meende, dat jesus afweezende zimen fcoan niet kon geneezen; en dat Hij, indien zijn

zooi