is toegevoegd aan uw favorieten.

Over het euangelie van Joannes.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

98 VERKLAARING van het

toen de hier gemelde gefprekken afgeloopen, en met een plegtig gebed beflooten waren, is Hij uitgegaan naar den olijfberg, Hoofdd. XVIII: i.

Bij deeze gefprekken troost Hij hen tegen zijn aannaderend vertrek, Hoofdd. XPV. Daar op vermaant Hij hen om in het geloof te volharden, en zijne geboden, bijzonder dat van onderlinge liefde, in acht te neemen, H. XV: i-i7; voorts bemoei digt Hij hen tegen den haat en de vervolging der waereld, waar aan zij zouden zijn blootgedeld, H. XV: 18—XVI: 1-4. Dit gedaan hebbende, eindigt Hij zijne gefprekken, gelijk Hij die begonnen had, met hen nog andermaal tegen zijn vertrek te troosten, H. XVI: 5-33.

In dit Hoofddeel ontmoeten wij het gefprek, dat Hij, nog met hun aan tafel gezeten zijnde, gehouden heeft, waar bij Hij, ter hunner vertroosting, hun de heilzaamfte gevolgen van zijn vertrek belooft, vs. 1—27; en, na hun hier op een en andere gepaste onderrichting gegeeven te hebben, is Hij opgedaan, vs 28—31.

Hij begint het gefprek met de bemoedigende vermaaning,

vs. 1: Uw hart worde niet ontroerd; gijlieden gelooft in God, gelooft ook in mij

Dit voordel is niet onmiddelijk gevolgd op het laatsgemelde tot petrus, Hoofdd. XIII: 38; want het daat daar mede in geen verband, en het is ook niet ingericht tot petrus alleen, maar tot alle de

Dis-