Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EUANGELIE van JOANNES, H. XVIII. 3—12. &$

wierden zij allen aan Hem geërgerd, hij geenzins geergerd zou worden, en beloofd had, dat hij zrjn leven yoor Hem zqu zetten; zoo wil hij djt met de daad toonen, en woord houden.

Het zwaard getrokken hebbende, treft hij den dienstknecht van den Hoogepriester, die of het naast onder zijn bereik was, of wiens woede het meest van allen zich openbaarde. Petrus dacht hem het hoofd te doorklieven ; dit mislukte, en hij houwt malchus, willende den flag ontwijken, het oor af, e.i wel het geheele oor; doch zoo, dat het nog aan het hoofd bleef hangen; wantLUcAs zegt: dat Jefus het oor aanraakte, en Malchus heelde, H. XXII: 50.

Het gedrag van petrus , fchoon het zijne liefde tot jesus teekende, was zeer berispelijk. Hij zoekt het lijden van jesus voor te komen, niettegenftaande jesus toonde, zich daar aan te willen overgeeven, en hem, als mede de andere Discipelen, bij herhaaljng, en nog in de laatfte gefprekken, te kennen had gegeeven , dat Hij moest lijden. Hij denkt niet op jesus magt, om zich te kunnen redden, indien Hij zich had willen redden, fchoon jesus op het oogenblik daar van eene proeve gegeeven had, in het ne» dervellen van de bende. Hij handelt voorbaarig, en door onbezonnen drift, in plaatfe van op de vraag: Heere, zullen wij met den zwaarde flaan? op jesus bevel te wachten. Hij begeeft zich dus, zonder roeping, in gevaar. En hij benadeelt de zaak van zijnen Meester, handelende als of Die een richterlijk onderzoek fchuwde, en zijn aanhang een oproerige hoop ware, die zich tegen de overheid met geweld verzetten.

Intusfchen, daar er niets gefchiedt zonder Gods toelaating, en God, in alles, de uitkomften van 's men.

B 5 fchen

Sluiten