Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EENE FRANSCHE GESCHIEDENIS. 2 7

heftond uit de zeldfaamfte boomen , die de heerlykfte geuren verfpreidden ; men kon het zelve niet intreden, zonder zich te laten verrasfen door een aangenaame mymering, die tot verteedering overfloeg , een zoete kwyning en genoegelyke verliefdheid werd men 'er door alle de zinnen gewaar. A n et was de zetel der liefde; maar ontegenzeglyk had de min haar troon in dit boschje opgericht ; aldaar koesterde Diana van Poitiers die droefgeestigheid, welke haar zoo belangryk en waard maakte aan haaren minnaar.

Toevallig werd Mevrouw van Henneberg naar dit eenzaam verblyf heen geleid; zy kon den dwang niet weerftaan die haar derwaards voerde; eene onwillige beweeging brengt 'er haar; in weerwil van haar zelve, zet zy zich op de bank van zooden neder: wel rasch flaan haare oogen vol traanen, traanen welke verrukkelyk zyn voor een gevoelig hart. Hoe verleidende was z^ in dat oogenblik; welk een luister gaven die tranen aan hare fchoonheid; het aangenaamfte verdichtzel der Dichteren is, daar zy ons den dageraad affchilderen, de natuur bezie- *lende en dezelve met zyne traanen opluisteren.

de,

Sluiten