is toegevoegd aan uw favorieten.

Prysverhandelingen van Abdias Velingius, Carolus Segaar, en Cornelius Gavél., ter wederlegging van het eerste deel der historie van de verbasteringen des christendoms van Joseph Priestley.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERHANDELI N G. 40^

Wy vergenoegen ons, hier een opmerklyk zeggen van' Hürd by te voegen ; zonder meer op dit (luk te zeggen: vreemd is het, zegt hy, dat van het eene einde der waereld tot aan het ander, zelfs de minst verlichte natiën, de leere van de onflerflykheid der ziele ge*, looven, en nogthans veelen, die onder de flemme des Euangellums zyn opgevoed, dezelve loochenen; dit zal tegen hen ter verdoemenis opflaan (z).

Het geen Dr. Priestley wegens fommigen in Atabii uit Eusebius heeft aangehaalt , luidt vry anders by dien Gefchiedfehryver, als het door hem word opgegeeven; dus fpreekt Eusediu s: op deezen zeiven tyd,zyn 'er in Arabië andere loerende eene flelling, vervreemd van de waarheid, opgeflaan; want zy zeiden, dat do menfchelyke zielen, in den tegenwoordigen tyd, te-ge* lyk met het lighaam flerven en verdorven worden 3 maar dat zy ten tyde der opftanding wederom te gelyk met dezelve lighaamen tot bet leven zullen wederkeeren; eene niet kleene Kerkvergadering over deeze zaak te faamgeroepen zynde, is wederom Origenes daar gevraagd, en heeft, wanneer by een twistgeding over die vraag, voor de geheele menigte hadaangefteld, met zoo krachtige woorden geredentwist, dat zy wedergekeerd zyn uit hunne yoorige dwaalinge (a); eene plaats,

wélke

{*) Gefchied. van alle Godsdieriften, 4 d. bl. 334. Over da algemeenheid van het gevoelen der heidenen, wegens hec overblyven der zielen, kan men ook zien, G J Vosfius, de orig. et progr. Idolol. lib. r. cap. 10. opp. tom. 5, pag, 27, fepq.

(«) Iicc!. Hift. lib, 6, ca|>. 37. pag. 233.