Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

enEEUWIGEBEHOUDENIS, 17

zigte aanfchouwen, zo zyn herte te voren, niet gewajjehen, en van het booze gereinigd is? de Godtzalige David bad daarom gedurig, en by herhaling: Wascht my wel, van myne OngeregtigbcïJ; ende reinigd my van myne Zonden. Ontzondig my met Tzop, ende ik zal rein zyn ; W a s c h t my, en ik zal witter zyn dan Sneeuw, Schept in my een rein Hert enz. En daarom vermaand de Propheet dit booze volk, die zoverre van Godt waren afgeweken , zeggende : Wafcht uw herte van boosheid, 0 Jeruzalem!

Maar het is eene onwederfpreekelyke waarheid, zo min als een Menfch, wiens aangezigt met de alderaffchouwelykfte vuiligheid bemorft, en bevlekt is, een begeerte zou kunnen hebben, om zyn aangezigt van dié onzuiverheid af te waffchen , en te reinigen, wyl hy het niet en ziet, en meent, dat hy zuiver en fchoon genoeg is , tot zo lang, dat hy eindelyk zyn aangezigt in een Spiegel befchouwd, en met zyne oogen ziet, hoe affchouwelyk hy is, dan word hy eerft begeerig om zig te waffchen, en te reinigen; en vind hy, dat die onreinigheid en vuiligheid in hem zo diep is ingeworteld, dat hy zelfs niet magtig is, om zig te zuiveren , dan zoekt hy hulp om van een ander gereinigd en gezuiverd te worden; zo min is het ook mogelyk, dat een blinde Zondaar een ware, en opregte begeerte zou kunnen hebben , om van zyne zonden gewaffchen 3 en gereinigd te worden, zo lang als hem de oogen des verftands niet geopend worden, dat hy ziet, en zyn booze hertleërdkennen, B ho<

Pfalmsiï \-9-

Sluiten