Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verhandeling over het evenwigt , enz. 501

Dat de deeltjes der vogten door eene onderlinge kraet zaamen verbonden worden, fchoon die kragt vrif zwak is, en dat dezelve ook tot andere lighaamen uitgeftrekt wordt, is door zoo veele, zoo zeekere, en duidelijke proeven bewezen dat het geheel overtollig zon zijn dezelve hier overtebrengen.

De oorzaak dezer kragt of neiging zullen wij met 'de beste Natuurkundigen de aantrekkende kragt noemen , welke de waarneemingen leeren dat zig flegts tot kleine afftanden uitftrekt 5 van die oorzaak zullen wij eerst hetgeen dc kwik, cn daarnaa hetgeen water in glazen vaten betreft, opfpooren O)

En wat de kwik belangt, deeze wordt met eene veel grootere kragt door de kwik dan door het glas aangetrokken, dat duidelijk getoond wordt door de kwik-bolletjes, die aan het glas klceven, Want deeze trekt de kwik aanftonds naar zig als zij dezelve zeer nabij koomt.

Hierdoor wordt elk kwik-deeltje, dat niet digt bij het glas is , door twee ftrijdigo kragten aangedaan, de eene, waardoor het door de kwik naar A getrokken wordt (zie Pl. 18 Fig, (,) ; deeze kragt is ftandvastig als het vat groot genoeg is; de andere, waardoor het naar D getrokken wordt door het glas en door dc kwik zelve, die tusfchen het deeltje en het glas is ; deeze groeit tot eene zekere maate aan wegens de groote hoeveelheid kwik, die van het glas af tusfchen het deeltje zelf en het glas in ligt. De kragt

van

(a) Als ik haar aantrekkende kragt noem, verftaa ik eene oorzaak zoo zeeker als duifter , van welke wij alleen weeten dat haar werk is de deeltjes aan eikanderen te verbinden , en dat alleen op kleine afftanden, en zoo dat wanneer deeze verminderen zij ook afneemen. Ik gebruik dan deeze benaaroing zodanig dat ik gewillig eene andere zal omhelzen als mij daaromtrent iets duidelijkers van de natuur geleerd worde. Ii 4

Sluiten