Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wilden Caflanjenbooms Mast. 222

poeder van den Caftanjenboomsbasc $ in een glazen kromhals gedaen, 'er vuur ondergelegd, en , door middel van een zandbad, eerst fmakeloos wacer en enkel phlegma overgehaeld, doch naderhand, door den graed van hitce te vermeerderen, 'er Hinkende en bovenopdryvende olie, en niet weinig, wezenlyk zout Cd) uitgetrokken, welker beider gewigt elk eene halve once bedroeg , waerna het overblyffel , tot kalk ge. brand , uitgeloogd en uitgedampt zynde, nog een halve dragme (ƒ«/ fixum ) vast zout verfchaft heeft. Verders heeft hy een halve once van die zelfde poeder op agc oneen putwater gedaen. Na verloop van een kwartieruurs fcheen het water wel klaer genoeg , doch tevens mee eene zekere duistere en als roodachtige kleur geverfd te zyn; geproefd zynde, trof hec de tong door hare bitterheid, en liet, na dat het uitgdampc was, eene halve dragme ontbindbaer en zeer bitter zout op den bodem over. Vervolgens heefc hy een half once van hec poeder van den Caftanjenboomsbasc mee agc oneen alcohol vini vermengd : die fcheivochc, heefc hy een half uur, zeer helder , en tevens mee een bleeke gele kleur geverfd gevonden ; doch na verloop van eenigen tyd , heeft hec zelve eene goud gele kleur aengenomen , en eenen zeer

bi't-

(d) Hy dié den aen^e wenden graed van hitte in over. weegingeneemt, zal zeker niet zo gereed toeftae»,, dat dit zont deam<:aiy&aesjeiitiiilis to£vBezenlyk,iom verdien t,

Sluiten