Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANGRYPEN.

maar alleen , en nergens anders , ook voor hem veiligheid en heil zal te vinden zyn, wendt hy zich tot Hem, die de Sterkte Godts is. Maar hoe? Als een die vlugt, die ieder oogenblik in gevaar is: , Hy staat niet stil by den waan van eigene gerechtigheid; hy laat zich niet ophouden door zinlyke vermaaken, of tydelyke voordelen ; niet te rugge houden door gevreesde nadeelen,. De behoudenis zyner onsterflyke ziele is hem boven alles dierbaar, des strekt hy zich met alle zyne begeerten, vuurig en aanhoudende na Hem uit, grypt Hem aan , houdt Hem vast, en laat zich door niets, noch honger, noch zwaerd, noch dood, noch leeven , wederom van Hem aftrekken, als ten vollen overtuigd zynde, dat Hy het alleen is , door wien hy met Godt verzoend, van zyner zondenschuld en straffe ontheeven, en in het verlooren recht ten eeuwigen leeven hersteld kan worden. Dat dit nu het eenig daar toe dienend middel is, en ook het heuglyk gevolg daar van zal zyn, (33) leert Godt zelf ons in onze woorden, zeggende: Hy zal vreede met my maaken; vreede zal hy met my maaken, ■ 00 Moet 'er vreede gemaakt worden met Godt,dit voorönderstelt Vyandschap. Die is 'er door de Zonde. Onze Ongerechtigheeden maaken eene scheidinge tusschen Godt en ons, Jef. LIX: 2. Die weeren van ons af het goede zyner gunste, en doen zyne toorngloeden tegen ons opvlammen. (W) Nu is 'er niets zo gevaarlyk, als Godt tot eenen Vyand te hebben ; want die kan beide ligchaam en ziele, voor eeuwig, verderven in de helle. (Pfi) Niets is 'er, integendeel, zo wenschlyk, als met Godt bevreedigd te zyn. Dan heeft men niets te vreezen van het moordgeweld des Duivels, noch van de verschrikkingen des doods. Dan leeft men by het goede van Godts verzoende nabyheid, waar door de ziele, als met smeer en vetheid wordt verzadigd. Dan kan men , schoon menigerlei wederwaerdigheeden ons het leeven bang en bitter maaken, met Asaph juichen: Bezwykt myn vleesch, en myn hart, zo is Godt de rotzsteen van myn harte, en myn deel ineeuwigheid. Dan sluit men in de uure des doods zyne oogen in het verblydend vertrouwen , dat Hy onze ziele zal verlossen van het geweld der helle, en tot zich opneeI. Deel. I. Stuk.

AANGRYPEN. 33

men in heerlykheid. Is dit nu zo iets groots, 't welk den Mensch gelukkig maakt in, en na dit leeven, zo is 'er hem ten hoog1ten aan geleegen, dat hy met Godt vreede maake. (pp) Maar hoe ? Het mag onder de menschen waar zyn 't geen Salomo zegt: Eene gift in het verborgene houdt den toorn onder: En een geschenk in den schoot de sterke grimmigheid, Spr. XXI: 14. Maar by Godt zal men met duizendmaal duizenden van goud en zilver niets uitwerken. De Zonde, die de oorzaak der Vyandschap is, moet verzoend zyn. En dat heeft niet kunnen geschieden, dan alleen door het bloed van den Heere Messias. Dien heeft Godt zelf voorgesteld tot eene Verzoeninge door het geloove in zynen bloede, Rom. lll: 25. Die heeft moeten draagen de straffe , die ons den vreede zoude aanbrengen, Jes. LIII: 5. Paulus zegt duidelyk , dat Godt door Hem vreede gemaakt heeft door het bloed van zyn kruis, Koloss. I: 20. Heeft nu Godt zelf zynen Zoon tot dat einde voorgesteld: O) Zo kan het ook niet missen, of allen, die Hem, als Godts Sterkte in waaren geloove aangrypen , en zich aan Hem toebetrouwen, zullen ook met Godt vreede maaken ; met Hem vreede maaken. Dit wordt gezegd met herhaalinge. Die vindt men meer , en zyn altoos van nadruk 't zy tot meerder aandrang , als Hoogl. VI: 13. Keer weder , keer weder, ô Sulamith! Keer weder, keer weder : 't Zy tot meerdere bemoediging, als Dan. X: 19. Vrees niet - wees sterk, ja! wees sterk. Of ook wel ter sterkere bevestiginge , als Ezech. VII: 6. Het einde is 'er gekoomen; het einde is gekoomen, en zo heeft deeze herhaalinge ook hier haaren nadruk: (*») Om te toonen , dat het maaken van vreede met Godt de ontwyffelbaare zekere vrucht is, van het geloovig aangrypen van Godts Sterkte; want door het geloof in Hem ontvangt men vergeevinge van zonden, en een erfdeel onder de geheiligden, Hand. XXVI: 14. Daarom zegt Johannes ook, Cap. 1: 12 , zo veelen Hem aangenoomen hebben, heeft Hy magt gegeeven kinderen Godts te worden, (naamelyk) die in zynen name gelooven. (p/s) Of ook wel, om aan te duiden den dubbelen vreede, welken men daar door deelagtig wordt. (A) Als den vreede met Godt. Want, gerechtvaerdigd zynde uit den geloove, hebben wy vreede E mei

Sluiten