is toegevoegd aan uw favorieten.

Bybels zakelyk-woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

® EDEKKE N;

ften 0"ls zo een was Job in de oogen zyner Vrienden) als een zwaare ftraffe gedreigd. Men zie dit i Kon. XIV: n. XVI: 4. XXI: 24, Jerem.XXII: 19. 't Was dan' een harde wensch, welken Job deed over zich-zelven. Maar wat was zyn oogmerk daar by % Men lette flegts op het naastvoorige vs. en men zal ras begrypen dat het was, om 'er de betuiginge van zyne onfchuld mede te bevestigen. Als hadde hy willen zeggen : Zo 'er wrcevel in myne handen is, indien ik zo een kneevelaar, zo een gewelddryver geweest ben : Zo myn gebed niet zuiver is, indien ik zo een Huichelaar geweest ben: Dan, 0 Aarde, bedekmyn bloed niet! Dat dan de eere derbegravinge my onthouden worde : Meer dan een Schryver hebben uit Plutarchus, Her.odoot en Diodoor aangemerkt, dat het by de Oude Egyptenaars gebruiklyk was, dat, eer een geltorvene mogt begraven worden , het Lyk in zyne kist moest geplaatst worden voor de Vierfchaar van meer dan Veertig Richters, cn aan elk werd het vry gelaaten , befchuldigingen in te brengen tegen den Overleedenen. Stond 'er niemand op, dan werd de eerë der begravinge hem toegekend , dc naastbeftaanden hielden op van rouwklagen,. en begonnen zynen lof op te haaien.. Maar werd 'er eene befchuldiging. van belang tegen hem ingebragt en beweezen,. dan was het vonnis, dat hy. onder dc aarde niet mogt begraaven worden, en het lyk moest in zyn éigen huk bewaard worden. Ware dit, ten tyde van Job, reeds in gebruik, en aan hem bekend geweest, dan zoude hy daar op hebben kunnen toefpeelen , en dan zoude het der betuiginge zyner onIchuld veel kragt byzetten. Hy voegt 'er by : En voor myn geroep zy geen plaatfe. Men blyve in hetzelfde denkbeeld, dat hy als een, die doodlyk gewond was, op het veld lag te kermen, te weeklaagen, en tè roepen, hem toch "eenige hulp,.eenige verkwikkinge te willen toebrengen : Dan zal de zin hier op neêr koomen, dat, ware hy fchuldig aan die wandaaden, waar van zyne Vrienden hem verdacht hielden , geen oog, al ware het ook.een barmhartig Samaritaan, die voorby ging, medelyden met hem hebben, dat geen oor na zyn ger<oep luisteren mogt, maar veel meer zeggen : Dat is bet- deel. des Godtloozen. menfehe^.

BEDEKKEN. 95

van Godt, en de erve der reedenen zyns mondt van Godt. Andere Uitleggers leggen onze woorden anders uit. Die geleegenheid hebben , om ze te raadpleegen , mogen verkiezen 't geen hun 't meest aanneemlyk dunkt, 't Verheugt my , dat de geleerde Patrik het even zo, als ik, be^recpen heeft, zo als te zien is in zyne korte üitbreidinge byde Eng. Godtgeleerden ,daar hy Job laat zeggen: „ Indien dit (naame„ lyk , dat 'er geen ivreevel was in zyne „ banden) niet waar zy; dat dan de hon„ den myn bloed likken na mynen dood; ,, en dat Godt,'noch mensch my beklaa„ ge, terwyl ik leeve."

BEDEKKEN , (Een boop Keemelen zal ü) de fnelle Keemelen van Midian — zullen koomen ■• Goud en Wierook zullen zy aanbrengen: En zy zullen den overvloedigen lof des HEEREN boodfebappen , Jef. LX: 6. De taaie wordt hier gericht tot het Nieuw Jeruzalem , de Kerk des Nieuwen Testaments in het laatfte der dagen. En de Propheetie is van de bekeeringe en toever^adering der Volken tot haar. De toefpeelinge is op den Optocht der Israëliten uit alle gewesten van Kanadn, op de hooge Jaarfeesten , na Jeruzalem , als wanneer de Poorten des nachts even zo wel als des daags openftonden, op dat de van tot tyd aaukoomendeFcesthoudende menigten onbelemmerd zouden kunnen ingaan. Men zie het 11. vs. en men vergelyke Openb. XXI: 14, 15, 16. In ons vs. fchynt in 't byzonder gelproken te zyn van de toevergaderinge der Arabieren, en hun nabuurige Volken. Want wy hooren hier fpreeken van Keemelen, van ouds , gelyk nog. heeden ten dage, de gewoone last- en reisdieren der Arabieren;, en van de fnelle Keemelen,.. of Drommedarifen van Midian, 't welk in vroegere dagen zo ryk in Keemelen was, dat ze niet te tellen waren, in menigte gelyk-de fpringbaanen, Richt. VI: 5. Geen wonder is het dan ook, dat men hier. leest van een hoop Keemelen, eene zo groote menigte , dat het niet anders zoude fchynen, dan dat zy geheel het Land be* dekten.. Zwaar belaaden zouden zy aanbrengen Goud en Wierook. Niet, om 'ér Koophandel mede te dryven , gelyk de ïsmaëliten en Mididniten, aan welken Jorepb verkogt werd - Genef. XXXVII: 15. Vlaai- gelyk de Lsraëliten> wanneer zy op-

gin-