is toegevoegd aan uw favorieten.

Bybels zakelyk-woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B E R G E N.

BERGEN. $6g

voet. :In plaatfe van reddinge, om vry uit te kunnen gaan, zou het niet anders zyn, dan of zy met hunne voeten aangejlooten, en die verduikt hadden, zo dat zy ter plaatfe, daar zy waren, hoe gevaarlyk het 'er ook zyn mogt , zouden moeten blyven : En in plaatfe van Licht, zoude Godt, om dat zy op menfchen meer vertrouwd hadden, dan op Hem, het hun van allen kanten zo bang maaken, dat het niet anders zoude zyn, dan dat zy deeds verduisterd •wierden door angst, en voortgedreeven door donkerheid. (22) Óm dit te voorkoomen , moesten zy den HEERE, hunnen Godt, de eere geeven. Dat was het eenig hun 'nog overgebleeven middel., Dat werd hun door den Propheet aan de hand gegeeven; daar.van moesten zy gebruik maaken, en wel zonder eenig het minde tydverzuim, aangezien de dag hunnes ondergangs naby tvas, en flerk haastende, 't Zal zo veel zyn, ais hadde hy gezegd: „ Neemt ter ooren, „ en verheft u niet! Och! dat gy in deezen ,, uwen dag bekendet s ,t geen tot uwen vree„ de zoude kunnen dienen. Geevet eere, „ geevet eere den HEERE uwen Godt, eer „ dat Hy het duister ?naake. Geevet Hem „ eere* <s& bje$, beflupi\ baart (gelyk fcafj/ufi. ,, de. dag voorby) terwyhn dc hittigheid zy„ nes toorns over u lieden nog niet kcni.tf — Zeph. II: a. Maar gewoon den raad van Godts Booden te veragten, en zich-zelven te vleijen : Het gezigte zal idet koomen, de dagen zullen verlengd worden, zo is ook toen hun gedrag geweest. Zy hebben nagelaaten te . doen 't geen zy hadden behooren te doen: Zy hebben Gode de eere niet gegeeven: Zy hebben gedaan 't geen zy hadden moeten nalaaten : Zy hebben licht verwacht van de fchecmerende bergen. De Propheet verklaart dit zyn Zinnebeeldig Voordel met cluidelyke woorden , Cap. XXXVI1. Koning Zedekia was afvallig geworden tegen, Nebukadnezar, den Koning van Babel, en bad een Verbond gemaakt met Pharao- Hophra , om zich te derken met de magt van Egypte. Urn die trouwloosheid te wreeken , rukte Nebukadnezar met een talryk hcir voor Jeruzalem. Toen was het alreeds duister. Om die Stad te ontzetten , was Pharao opgetrokken uit Egypte. De Chaldeën, dat vernomen hebbende , braken het beleg op, en trokken den Egyptenaar te gemoete,

Men verblydde zich te Jeruzalem , menmeende de Morgenfcbeemeringe te zien, die bet licht zoude aanbrengen ; men juichte : De Chaldeën zullen zekerlyk van ons wechtrekken. Maar men verblydde zich over een ydel ding. 't Gebeurde even zo, als de Propheet hun voorfpeld.e. Naar maate de Chaldeën voorwaards trokken, weeken de Egyptenaars agterwaards ; Pharao keerde met. zyn heir weder in Egypte, en liet Jeruzalem der ongenade derChaldeën over, di& ppk^wel haast wederkeerden, het be-, leg hervatteden , cn met zo veel geweld voortzetteden, dat de Stad werd doorgebroken ; de Koning, die het meende te ontvlugten, werd gevangen, en de oogen werden hem uitgefloken; Jeruzalem en de Tempel werden verbrand, en het Volk gevanglyk wechgevoerd na Babel; en zo werd het licht, waar op zy gehoopt hadden, hun tot eene fchaduwe des doods, en tot donkerheid. Men zie Venema , Comment. ad Jerem. in h. I.

BERGEN (V Zal ten dien dage gefchieden, dat de) van zoeten wyne zullen druipen , en de Heuvelen zullen van melk vloeijen, en alle ftroomen van Juda vol water gaan.: En daar zal een Fontcine uit den huize des HEEREN int gaan , en zal het dal van Sitiim bewateren , joè'1 lil: iü. (X) De -Godtfpraak delt ons (XX) in de Letter voor: (*) la het Algemeen een ryken overvloed van alle zulke dingen, die eene ongemeene vruchtbaarheid aanduiden. («*) In de hoogte: De Bergen zouden — en de Heuvelen van —. Kanadn was een Bergdgtig Land, des niet te min,door den Daauw en Reegen , een vruchtbaar Land. Behalven den. Honig en de Olie, waren Wyn en Melk beroemde voortbrengfels van dat Land. De Wyngaarden waren doorgaans op de Bergen, ofin het hangen der Bergen : Daar had men ook de Pcrskuipen , waar in de. Druiven getreeden, of geperst wierden; voorts ook andere Kuipen, waar in het uitgetreeden Sap alliep, en verzaameld. wierd , alvoorens het in andere vaten werd overgegooten, om vervoerd te worden. Als 'er dan gezegd wordt,, dat de Bergen van zoeten wy» ne, dat is, van Most, zouden druipen, zo duidt dat aan eenen zo ryken Oogst, das de kuipen zouden over hopen, Joè'1 II: 24, dat de Most langs dehoiligheedenen fpleeZz 3 %&b