is toegevoegd aan uw favorieten.

Bybels zakelyk-woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a3a ZEE-KALVEREN.

D I St " p. 561. Om het te beeterte

be-rvpen, dient men na te zien de Derde

Landkaart, tot dat Werk behoorende

ZEE-KALVEREN 'Zelfs laaten de) de

borften neder, zy zoogen haare Welttn.

rMaar) de Dogter mynes Volks ts at een

^SegewoJen, gelyk de Strutsfen in de

Wocllyne, Klaagl. IV: 3- <X> In dceze SS oP zich-zelvebelchouvvdzyn-

de " worden de Vrouwen van Jeruzalem befchuldigd van eene groote onbarmhartigheid jegens haare nog zuigende KinderS L, om te meer te doen zien, hoe groot dezelve zy, zo verheft de Prophee dVteedere Liefde-zorg van zekere Dieren omtrent derzelver Jongen, en hy. yergelvkt haar by andere dieren, die zich medoogcnloos gedraagen jegens haare Jongen Van de eerfte zegt hy met een foor. vïn verheffinge: Zelfs de Zee-kalveren _ (*) Wy hebben hier het woord J'jn \ welk dikwils vertaald is dooi' Draf} een- en andermaal door Zeedraak, Jef. LU Fzech XXIX: 3. XXXII: a, om een Kn kodil aan te duiden, onder welke teeke £?g/w,de Koning van Egypte,^ vonr<Tefteld. Ook door Walvisch, Gene ï aï&, ob VII: ia, Pf. CXLVIII: 7; hit Snor Zet-kalf. 't Wordt dan 't meest g< fefvïne/nDier, dat zich in 't wat; onthoudt. En wel zo een, 't welk hor ft heeft, en daar mede zyne Jongen zoogt. O: der dc Visfchen nu vindt men 'er geen. % borften hebben, als de Walvisfchen, < die , welke tot dat foort behooren , , Tee. Verkens, de Dolphynen , en de Z< Kalveren. Heeft nu de Propheet het o. «had op een bepaald foort van de V fchen, die borften hebben, en haare Jong zoofen, zo zou men met onze Overzette het Zee-kalf wel het naast in aamnerki kunnen neemen , om dat van hetzel wordt gezegd, dat het zyne Jongen ee ongemeen teedere liefde toedraagt, f loffratus, aangehaald by Bochart Hiei VJ I. L. L C VIL p. 47- getuigt, dat eén gevangen Zee-kalf hadgezien, tw Sn dood van zyn Jong, 't welk het zvne gevangen ftaat had gebaard, c maaten betreurde, dat het 111 drie da niet wilde eeten, fchoon anders dat c ongemeen gulfig en vraatagtig is. (?)

ZEE-KALVEREN.

nu zo zynde, zo heeft het zyne reede,dat de Propheet van de Zorge , die de Z etKalveren voor haare Jongen draagen , met verheffinge fpreekt: Zelfs de Zee-kalveren laaten de borften neder, zy zoogen haan. Tongen, om dus het tegenövergefteld gedrag der Vrouwen tc Jeruzalem te meer te doen affteeken. (33) Van die zegt hy, dat zy zyn geworden als een Wreede, gelyk de itruisfenin de Woeftyne. (-) Deeze Vogels onthouden zich 't meest in barre en landige Woeftynen, en , gelyk zy weinig zoro- draagen voor het uitbroeden haaici eijeten,zo ook zeer weinig zorg; voor het onderhoud van haare Jongen. De Stimu fen zyn vreesagtig. Op 't minfte geluid, dat zv van verre hooren, verlaaten zy. haare Jongen, tot welken zy mooglyk ■ nooit wederkeeren. De Araheren ont' moeten dikwils kleine Jongen , niet groo' ter dan half volwasfene Kiekens , halt ' dood, verftrooid omloopende, en fchrectiwende om hunne Moeder, als zo veele , verlaatene Weezen Men vindt dit reeds

• opgemerkt in het Boek van Job, Cap. - XXXIX- 16—19, daar van de Struisvot .els wo'rdt gezegd , dat zy haare tijeren

%ggen in de Aarde, dat het ftof die verwar-, r me , en vergeeten, dat de dieren des velds, :- die kunnen vertrappen; dat zy zich verharir den tegen haare Jongen , als waren ze de, n haare niet. Men zie 't geen daar van is 1- Sgd uit de Reizen van Th. Shaw, onder

SS tytel van STRUISVOGELS, in des m VIL D. a. St. p. 777- Zyn nu de Strutsfen le zo onbarmhartig jegens haare Jongen, (?)

* zo konde de Propheet het onbarmhartig >g eedrag eener Moeder omtrent haaren Zuis- leling niet fterker teekenen, dan door ze en gv dl Struisfen te vergelyken. Dat het :ts nu dus gefteld was met de Vrouwen te ng Jeruzalem, blykt uit het 4- vs. De tonge ve tan bet Zoogkind kleeft aan zyn geheemelte ne Van dorst : De kinderkens eisfehen brood, bi- daar is niemand, die bet hun mededeelt. dz. rn) Maar hoe koomen deeze woorden, hier hy in: Als een verwyt, of befchuldigmg ? Wil elk de Propheet die Vrouwen teekenen als

in onnatuurlyke Monfters , geheel en al onter- aart van alles, wat Moeder heet? Ware ?en dat zo, dan zou hy in onze woorden met Lier gezegd hebben: Zy zyn geworden als een Dit Wreede; maar hy zou ze recht toe recht

«nin