Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5ao ZO N -N E.

flaan, als wel het gevolg, ofdaadlyke uitwerkinge 'er van) en dat het derde deel van den dag niet zoude lichten, en van den nacht desgelyks , Openb. VIII; ia. Dit is het geen de vierde Engel bazuinde. (X) Onder de Verklaaringen van deeze woorden behaagt my 't meest, die den inhoud deezer Bazuine verftaan,, .. niet zo zeer van het Keizerryk, als wel, gelyk de voorige,vs. io en ii. (Men zie myncKerklyke Reedenvoer.r-p. 384—.) van de Kerke. ,(fc)K) Tot openinge van den zin is het noodig, («) dat wy 'er ons eerst een letterlyk denkbeeld van maaken. (**) Door het ftaan van Zon, Maan en Sterren, en dat llegts voor een gedeelte, wordt gezinfpeeld op:Mklipfen, waar door die Heemelfche Ligchaamen zelve geen fchok, of vermindering ondergaan ; maar wel het iverfprciden van der-

. zeiver fchynfel op de Aarde. Het Licht 'er van wordt in de eene EUipfes meer, in de .andere minder , verdttisrerd. Het is hiei\.voor een Derde deel. (&3) 't Geen deeze.Verduister.ing merkwaerdig en zwaar maakt, is , 't geen in het Natuurlyke geen plaats heeft. (A) Het Algemeene 'er van. Eene Verduistering van Zon, Maan en Sterren te gelyk. (B) Het Langduurige 'er van : Niet maar eenige weinige uuren, maarden Dag en de Nacht, (js) ik.vooronderftelle , dat wy onze aandacht hebben te bcpaalen tot. den deerlykst verdorven Kerkftaat van den -vierden Tydkring, toen het, meer dan ooit voorheen,bleek, dat de getrouwe Stad eene Hoer, de- Christenfehe eene Antichristenfcbe Kerk geworden was. («*) Onder den Tytel van MAANE, in des V. D. 1. St., hebben wy opgegeeven , wat wy in de Antichristenfcbe Kerke hebben te verftaan door de Zinnebeeldige Zon , Maan en Sterren. Door de Zon den Opper - Leeraar , den Paus, die zich laat voorftaan, door zyne gewaande Onfeilbaarheid alles te verlichten ; door de Maan de Conftflorien, Conciliën en Kerkelyke Vergaderingen; door de.Sterren de Leeraars van welk eenen rang, of Orde die ook mogen zyn , hier en daar geplaatst. Naar. hunne Bcftemminge moeten zy met het Licht van de Leer-e der JVaarheid, welke naar de Godtzaligheid is, de Gemeente verlichten, op dat die in het

- .licht wmdele. Bceekent nu het flaan pan de Zonne, Maan en Sterren-, in den

Z O N N "E.

Letter-zin , alleen eene Verduistering van derzelver Licht, zo zal het hier ook aanduiden eene Verbastering , of Verduistering van het Licht der Leere. Doch èiet etne geheele; maar flegts voor een Derde deel. ■ Wat wil dat? (A) Twee deelen van dat Licht werden - niet verduisterd. De Twee voornaame Grondleercn van het Christendom zyn gebleeven. De Leere van den éénen waaren Godt, waar door hy, die zich Christen noemt, is onderfcheiden van,. en verlicht boven den • Heiden , die zyne veele en nietige Afgoden dient: En de Leere, dat Jefus is Godts mensch - gewor° den Zoon, de van ouds beloofde Mesfias, de door en na lyden verheerlykte VerlosJër,\vaa.r door hy, die zich Christennoenxt, is onderfcheiden van en verlicht boven den door en in zyn ongeloof verblinden en verftokten Jood. (B) Maar het Derde deel, 't welk den geenen, die zich1 Christen noemt, tot een waaren Christen maakt, was verduisterd. (AA) De Leere van het heilvalttnd Geloof, 't welk , met eene gantschlyke verlocheninge van alle eigene, en anderer fchepfeleh gerechtigheid, of verdienften, alleen en in 't geheel zyn toevlugt neemt tot, en zyn vertrouwen ftelt op den Heere Jefus, als den eenigen en volkoomenen Zaligmaaker, die volkooinelyk zalig maaken kan de geenen, die door Hem tot Godt gaan. (BB) De Leere van Godts Zaligmaakende Genade , voor zo verre die, ten aanzien van den H'andel, of het Geloof, 't welk leevendig is in goede werken , x>ns onderwyst , Godtloosheid en Waereldfche begeerlykheeden te verzaaken, en maatiglyk, rcchtvaerdiglyk , en Godtzaliglyk te leeven in de tegenwoordige Waereld. Groove üwaalingcn en Bygeloovigheeden hadden aan den eenen kant, en eene uiterlte Zeedenloosheid aan den anderen kant, dit Derde gedeelte van het Licht der Leere geheel verduisterd. (|3/s) En dat (A) zo Algemeen, dat alle de Lichten van dien Kerkheemel, de Zon zo weinig als de Maan, en die zo weinig als de Sterren, ten aanzien van dat Derde deel, eenigichynfel gaven. (B) En dat niet voor een korten tyd; maar by aanhoudendheid , honderde jaaren agter een, 't welk de fpreekwyze ..te kennen geeft. nat zy geen licht gaven des daags, noch des nachts; e veneens, 'ais, behalven andere plaatfen, oy Gewyde

en

Sluiten