is toegevoegd aan uw favorieten.

Beschouwing der wonderen Gods, in de minstgeachte schepzelen. Of Nederlandsche insecten, naar hunne [...] byzonderheden [...] beschreeven.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wn 1 Eerfte Gezin der TWEEDE BENDE. Tab. III. *s

dit verfchil in teekening der Vlakken plaats vind, daarom nog evenwel maar alleen het onderfcheid van Man en Wyf kunnen uitmaken, want in den Vlinder shomalus, in het Eerfte Deel van dit Werk, m het zesde Stuk, de vierde Verhandeling, pag, 17. Tab. IK door mynen Vader zaliger gedachten befchreeven en afgebeeld, vind ook een zeer aanmerkelyk onderfcheid in de Vlinders tusfchen Man en Wyf plaats, want het Wyfje, aldaar afgebeeld Fig. 10. heeft in teekening en plaatzing der Vlakken op de Vlerken, ja ook zelfs in de geheele grondkleur van dezelven, in 't geheel geene overeenkomst met zyn Mannetje, mede aldaar te zien Fig. 8. en echter toond de ondervinding, dat dit waarlyk eene en dezelfde foort is, van welke zich de wederzydfche Kunnen met elkander verëenigen, het Wyfje deszelfs Eieren legd, waar uit alsdan wederom de Rupfen komen , welken in eeven zulke Vlinders veranderen, als waaruit Zy hervoort gefprooten zyn; eeven zo ook de Vlinders, befchreeven en afgebeeld in het Zesde Stuk van dit tweede Deel, de zesde verhandeling Tab. FL pag. 23 by dezen heeft het Wyfje ten eenenmaale geene overeenkomst nog gelykheid, met deszelfs Mannetje, en echter is het insgelyks eene en dezelfde foort, deze Voorwerpen in aanmerking neemende, dan zoude het licht te gelooven en gemakkelyk te bewyzen vallen, dat ook deze Voorwerpen Fig. 7 en 8. bei- &gm den by eikenderen behoorden, en beiden Man en Wyf van een zelfde 7, 8. foort waren; wel is waar, dat ook de omtrek, of het buitenfte beloop der Vlerken, in deze twee Vlinders, nog al aanmerkelyk verfchillende is, doch het verfchil is op verre na zo groot en in 't Oog lopende niet, als wel by den Bruin gebandeerden Vlinder.

% 3-

Uit boven befchreevene Eieren, in 't begin der Maand September gelegd, kwamen reeds den 9 van diezelfde Maand, de jonge Rupsjes voort, zynde bruine Span-Rupfen met tien Pooten, ik gaf dezelven terftond Eike-Bladen, dewyl de Moeder Vlinder, tegen den Stam van eenen Eiken-Boom zittende, gevangen was, van deze Eike Bladen, begonnen Zy ook terftond te vreeten en groeiden 'er wakker van, zo dat zy den *6 September, zynde dus zeeventien Dagen na Hunne geboorte, voor de eerfte maal vervelden, vertoonende zich na de eerfte verwisfeling van Huid, gelyk Fig. 3. men kon toen reeds zien, dat zy veele over- Vtg. 3. eenkomst hadden, en nog meer verkrygen zouden, met de volwasfene Rups afgebeeld Fig. 5. hoewel Hun tot nog toe het zesde paar booten ontbrak, 't welk dezelven, zouden het twaalfpootige Span-Rupfen worden hiertoe maaken moest, evenwel ook dezen verkreegen Zy, en wel na de tweede vervelling , welke gefchiede den 6" der volgende Maand Oftober, toen waren alle myne Rupfen met twaalf pooten voorzien en in kleur van boven bruin, onder den Buik platachtig en naar 't biaauwe trekkende, ik gaf Hun zo lang als zulks maar mogelyk was

c a ' hl"