Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

494 Oplosfing der zwarigheden in de

maar daaruit volgde niet, dat men gerechtigd zou zyn, dezelve aan zyne eigene uitvindingen toe te fchryven; want deeze zyneLeere was niet zo zeer zyne Leere, dan wel de Leere van hem,door wien hy gezonden was, en bygevolge voortgekomen uit eene Godlyke ingeevinge: dit zoude al haaft blyken by hem, die het oprecht befluit wilde neemen om zich naar deezen gekenden wille van God in derdaad te gedraagen. En is het zo , gelyk het doorgaans is, dat hy, die zyne eigene dingen voordraagt, bedagt, is , om voor zich zelve eere te behaalen; zo volgt immers, uit krachte der tegenftellinge , dat dezulke , die niet zoekt zyne eigene eere, maar enkel en alleen de eere van God, die hem gezonden heeft, verre af moet zyn van alle bedrog. Doch zy, de Jooden, konden over zyne Leere, zo veel te minder een wel gefundeerd oordeel uitbrengen, naardien zy flegts; vleefchlyke inzigten koefterden, en, offchoon zy den wille van God wiften, ja veel ophef daarvan maakten , de wet van Mof es ontvangen te hebben, evenwel in 't geheel niet bedaeht waren , om overeenkomftig met deezen Godlyken wille te leeven. Een duidelyk blyk daarvan was, dat zy hem zochten te dooden, fchoon zy aan hem geene kenmerken van eenen valfchen Propheet gevonden hadden. Maar > dit wilde men hem niet toeftaan; neen, maar men zeide, dat niemand dan de duivel, die een lafteraar en leugengeeft is , hem zulke gedachten, dat men hem zocht te dooden , zoude konnen ingeeven, vermits dezelven van allen grond ontbloot waren (g). Doch Jefus voerde hen te gemoed,

het-

Cg ) Zie het 4de Deel Cap. VUL $. 44. Die dat zeiden, wilden Jefus, of zorgeloos maaken; en dan zouden

Sluiten