is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis van de kristlijke kerk in de achttiende eeuw.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN DE ACHTTIENDE EEUW. *37

onfeilbaar; of dierhalve 't gene zij verhaalen, waar zij, of niet waar, moet uit de zaak zelve beoordeeld worden. De Kristlijke Godsdienst kan, zonder den Bijbel, heel wel beftaan. Men heeft dus met den Bijbel niets te maaken: op zijn best is hij

een ABC boek voor kinderen (*). Er is een

Regula fidei (of geloofs voorfchrift) geweest van de vroegfte tijden af, eer nog de kerk beftond. Deeze Regula fidei is de Rotsfteen, waarop de Kerk van Krïstus gebouwd is. Met deeze Regula fidei hebben zich ook de eerfte Kristenen, in de drie eerfte eeuwen, alleen vergenoegd, terwijl zij zeer weinig met den Bijbel op hadden; en ook weinig, of geen gezag aan denzelven toekenden (f). Naar deeze

Re.

Beweis des Geiftes und der Kraft tegen Schumanjn. Verg. Religionsheg. fur 1778. hl. 653.

(*) Deeze Hellingen heeft Götze, van Hamburg, uit Lessings twistfchrifien gettokken. Zie Religionsbeg. fur 1779. bl. 45.

(t) Dit zoekt ons Lessing diets te maaken in de derde en vierde Verhandeling zijner Theol. Nachlafz, en, om eenigen fchijn van waarheid daar aan bijtezetten, doet hij zich voor, als iemand, die de fchriften der eerde Kerkvaderen vlijtig geleezen heeft. Ligtlijk zoude dus de een of ander, die niet in ftaat is, om over dit beweerde van Lessing te oordeelen, hem hietïn op zijn woord willen gelooven, of althands op die wijze daar van zo vreemd niet worden. Doch wij kunnen, en moeten dierhalve, wijl dit een ftuk van gewigt is, zo eenen verzekeren, dat het gene Lessing ons hier wil in 't hoofd praaten, geheel bezijden het gebeurde van die vroege tijden zij. Uit de fchriften der twee beroemdde Kerkvaderen van die dagen, Justi-

nus,