Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AVONDTYD KORTINGEN

nige oogenblikken. Eindelyk een diepen ziigt looiende, zeide hy; belaas, myne lieve Oiimpia, wy moeien ons ongeluk voor een groot gedeelte alleen toefchryven aa>i die heminnelyke onnozelheid en opregt* heid, die uwen inborst zo zeer kenmerkt.... Het zyn deeze uitmuntende haedanigheeden , die het voor. wendzel verfchaft hebben, om uwe eerte belasteren , die u nog op dit oogenblik aan verfmaading bloot ftellen , en u omtrent uw eigen gevaar verblinden !.. , £y voorbeeld, gy zyt in hei gerust vertrouwen, van hier een veilig en buiten alle cpfpraak gefchikt

ver blyf gevonden te hebben? — „Ja zeeker!

„ en nu!" —— Gy bedriegt u, Heffte Oiimpia; die Dame , waar van gy met zo veel achting /preekt ,

is het ve-rachtelykfie fchepzel, dat \er leeft. ■ ,

,, Groote Gud! " Het is maar al te waar.

Het geen men my daaromtrent te Tulle reeds gezegd, had, wordt my hier in myn tegenwoordig ver blyf Op dit Dorp zelve nog bevestigd.

,, O myne waarde, myne altoos dierbaare Tante ;

(riep Oiimpia, daar zy in traanen wegfmolt, „ op een jammerenden toon uit,) nooit had ik »> gedagt, dat ik door uw gemis een ander hart-

zeer zou gevoelen, dan dat gemis zelve; maar ,, nu ondervind ik eerst regt, hoe veel ik aan u,

>i verboren heb Onnozel dwaas Meisje, ik

„ zag de afgronden niet, die my omringden, en „ hoe zeer ik eene geleidsvrouw en raadgeeffter „ noodig hadl.... Ach, elendigen toeftand.vm

Sluiten