Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

238 J. L. van der WAGT, GENEES-

In kwaadfappige geitellen moet men de inwendige behandeling inrichten naar den aart van dé plaatshebbende ongefteldheid der vloeibaare en der vaste deelen, gelyk wy op haare plaats zullen zien; daarenboven, men is in die gevallen genoodzaakt, wanneer de abcesfen geopend zyn, dezelve door zuiverende en prikkelende middelen tot eene goede ettermaaking te brengen door uitwendige fmeerfcls , op plukfel geltreeken ; ten dien einde bereidt men, volgens ons plan, een alzins gefchikte digestief uit wasch, eijeren, honing, en het fap van uijens, in brandewyn gemacereerd, en uitgeperst De wasch is de bafis voor alle pleisters,

zy is een zeer verzagtend en ontbindend middel en door deszelfs balfamifche kracht helpt zy de ettermaaking, volgens het getuigenis van de beste Schryvers over de genees- en heelmiddelen; vergelyk de vogel, crantz, rutty, en anderen. — De eijeren hebben de zoo evengemelde vermogens in geenen minderen graad, om die redenen zyn zy van zoo veel dienst, en worden op zoo veelvuldige wyzen in bereidfels gebracht. — De honing is onder de zeepachtige middelen een allervermogendstoplosfend, zuiverend, en heelend middel, het geen door meenigvuldige en der zekerde proeven van de grootfte Mannen getuigd wordt, zie van swieten Com. T. éi §. 135.

Het fap van uijens, maakt in deze eene allerheilzaamfte prikkeling, welke men naar veele by-'

zon-

Sluiten