Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32 WAARNEEMING van een OOG ENSCHIJNLIJK

ontdoken, en de twee laatflen door lucht vrij opgezet, zonder dat 'er anders iets tegennatuurlijks aan te ontdekken was, zoo min als aan de lever , milt, alvleeschklier, darmfcheil, nieren en overige ingewanden. — Edoch bijna alle deze waren bedekt of overtogen met eene etterachtige vliezige laag, waarfchijnlijk gemaakt door het zeven- of agtdaagsch verblijf van eene aanmerkelijke hoeveelheid van welgekookten en goedaartigen etter , die men in de tusfchenruimtens der ingewanden en voornaamclijk in het bekken uitgeftort vond. — Nadat de darmen aan de regterzijde, daar de Lijderes de eerste en meest aanhoudende pijn geleden had , en daar men ook de Operatien gedaan had, opgeligt en weggefchoven waren , vond men daar niets dat naar een Etterzak, dien men daar vermoed1 had , geleek. — Het regter eijernest, trompet van Fallopius en de baarmoeder hadden hunne gewoone grootte en natuurlijke kleur; doch de blaas was vrij klein , en zoo wel als de breede Banden van de baarmoeder onder eikanderen door een' (laat van ontfteeking, waar in zij vermoedelijk eenigen tijd geweest waren , op verfcheiden plaatfen tegennatuurlijk famengegrocid. —. Vervolgens aan de linkerzijde de darmen opgehaald hebbende , ontdekte men een foort van witten , vliezigen , opgezetten zak of blaas , ter grootte van een' dubbelden vuist of kleene fchaapenblaas. — Dezen zak verder ophaalende, vond men terftond, dat dezelve het linker Ovarium of Eijernest was. — Op het zelve zagt drukkende, zag men omtrent deszelfs midden aan eene zijde een dikken etter uitvloeijen.

— Dit nader onderzoekende, vond men daar een uitpuilend en als 't ware doorknaagd gedeelte van den zak , en hier in de opening, waar door men den etter uitdrukte. — Deze opening verwijderende , kwam 'er naar gisfing wel drie of vier oneen etter uitvloeijen.

— Verder de rokken of vliezen, van den zak of het Eijernest, die vrij dik waren , doorfnijdende om te zien wat 'er meer in opgefloten was, dewijl men door de famendrukking voelde , dat 'er meer dan etter in bevat was, een' papachtigen klomp of AJasfa , witachtig en van eenen vetten, fmcerigen en eenigzins kaasachtigen aart, lijmig aaneenhangende , zoo dat men dezelve met moeite van

één

Sluiten