is toegevoegd aan uw favorieten.

De christen in bespiegeling, en oeffening of Verzameling van onderwijzingen en gebeden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEBED. 395

Ik zugt, zijnde vastgebonden niet door een vreemd geweld, maar door mijn eigen wil, die verhard was, als het ijzer. Uit mijn' ongeregelden wil was eene kwade genegenheid ont* Haan : de kwade genegenheid ingevolgd zijnde, veranderde in eene gewoonte: en de gewoonte geen' tegenlïaod vindende, is eene noodzakelijkheid ge* worden» Uit dit alles, als uit eenige fchakels in eikanderen gevlogten, is de keten mijner gevangenisfe en harde dienstbaarheid gefmeed. 5. August.

2. Oefemng. Verfta en begrijp, wat een kwaad het voor u is, den Heere uwen God te hebben verlaten, en mijne vrees niet meer voor uwe ogen te hebben. Gij hebt mijn juk van 't begin af verbreisfeld, gij hebt mijne banden gebroken, gij hebt gezegd: ik zal niet dienen, Jerem. 2. v. 19. 20.

Ik wil niet, dat gij de gedagte, die u tot zonde lokt, wortel laat fchieten. Verdelg en dood uwen vijand, terwijl hij nog klein is. Verplet de boosheid in hare eerde opkomst, op dat'er geen onkruid uftfpruite. Zalig is de mensch, die, zo haast 'er eenige vuile gedagte zig aan zijnen geest vertoont,

de-