is toegevoegd aan uw favorieten.

Resultaat van mijne meer dan vijftigjaarige overdenkingen over den godsdienst van Jezus, benevens een bijvoegzel tot de geschiedenis onzer eerste ouderen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A V O N D M AAL.

Dit is de tweede plegtige en godsdienftige handeling der kristenen. De woorden der inftelling Matth. XXVI: 20 — 28. en insgelijks Mare. XIV: 22 — 24. zijn bekend: als zij aten nam Jezus het brood, en gezegend hebbende, brak Hij het, en gaf het den Difcipelen en zeide, neemt, eet, dat is mijn lighaam. En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien, zeggende: drinkt alle daaruit. Want dat is mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, het welk voor veele vergooien wordt, tot vergeeving der zonden. Wij vinden dezelven ook Luc. XXII: 19, 20. en 1 Cor. XI: 23 — 26. Lucas en Paulus wijken in hunne uitdrukkingen, enigzints van de twee eerften af. Wanneer de ♦twee eerften van den drinkbeeker zeggen, dat hij het bloed des Nieuwen Testament zij: dan zeggen de twee laatften: deeze drinkbeeker is het Nieuwe Testament in mijnen bloede. Van welke uitdrukkingen de Zaligmaaker zelve zich bediende, zal ik niet beflisfehen: de zin is één en dezelve. Intusfchen zien wij zoo veel, dat de wóórden der inftelling geene onveranderlijke verbondswoorden ■zijn. Ook ftaan niet alle woorden in hunnen eigenlijken zin, maar zij zijn gedeeltlijk zinnebeeldige • fpreekwijzen. De drinkbeeker beduidt tog eiQ gen-