Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIE. 253

:, geraafeen, niet veel eer daar in gelegen, „ dat men, met 's Hemels byltand, - aan •-' Vvanden de uitwerking van den moed " eeher lang getergde en beledigde Natie, en aan Vrienden het gewigt en de waar'„ dy onzer Vriendfchap doe ondervm» den?"

Wy hebben, zedert lang de onbegrypelyke, en de ganfche Wereld in 't oogloopende, Werkloosheid onzer Zeemagt niet zonder opmerkinge en kommer aan„ gezien, en zouden ons regtmaatig beklag al eerder onder 't oog van uw Hoog ' Mogenden gebragt hebben , indien wy " niet, door de van tyd tot tyd ver, nieuwde tydinsen van een aanftaand uit" loopen der Vloot, en de daadlyke hoop, dat „ eens eindelyk de voor handen zynde middelen te onzer verdeediginge en tot „ afbreuk van den Vyand, met waaren „ ernst, zouden ter hand genomen worden, waren wederhouden: doch, hoe ' zeer wy, hangende onze Raadpleegin" gen over dit gewigtig onderwerp, mei " genoegen vernomen hebben, dat een ge" deelte onzer Vloot, in het begin deezei „ maand,is uitgezeild, zyn wy met alleen onkundig van de waare redenen waarona 7, zulks niet vroeger gefchied zy ; maai „ ook van haare beitemming, hoe lang z) „ bevel heeft Zee te houden, mitsgader;

van verfcheide Artykelen , op weikei , onderzoek wy beflooten hebben aan t< dringen, en hebben mitsdien geoordcek ' in onzen Pligt te kort te zullen fchieten P 5 » e'

IX.

BOlK 1780.

t »

Sluiten