Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIE. 147

ge Befluiten, die door de Meerderheid daar tegen genomen mogten worden, zich aankanten. Wel mogt zy lyden, dat de Acte aan de Hoven van Jufhitie wierd gezonden, om te onderzoeken, of daar an eenige ftoffe tot crunineele aankktgte te vinden ware. Doch moest de Ridderfchap, niet allen nadruk tegenfpreeken, alle Beiluiten, die, zonder een behoorelyk Judicieel onderzoek, zouden dienen om de Acte kragtloos te maaken, of die eenige lefive Dispofitien, ten nadeele van den Hertog, zouden kunnen hebben. En, ingevalle, tegen alle vervvagting aan, her. Befluit van de Meerderheid der Stemmen anders mogt uitvallen, dan moest de Ridderfchap dit wraaken als informeel en van geene waarde, met voorbehouding van nadere Aantekeninge (*).

Overeenkomftig hier mede was de handelwyze der Ridderfchappe in de Staatsvergadering, die het bovengemelde Befluit den Hertog betreffende, uitbragt. Zy wraakte 't zelye in 't algemeen en byzonder de Provinciale voorzrening, met opzigt tot het doen ophouden van de Wedde, en de Orders aan de Officieren. Nevens de Ridderfchap wederfpraaken' jde Steden Delft, Brielle, Enkhuizen ,\ Edam en Medemblik dit Staatsbefluit, en 1 .behielden aan zich het doen van nadere 1 Aantekening. Rotterdam, als tot de daad- !

(*) Schlözer Echte Befcheiden wegens den ïïertóg van Brnnswyk II D. bi. 44.

K a

XXL

BOEK. 1704.

Welke. Siedea met de Ridderfchap ten' ,'oordeeevan den Hertog temden t ;n welke Ie Meerlerheide zyner 'erooreelingiitmaak*en.

Sluiten