Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

232 VADERLANDSCHE

XLVIII. BOEK.

1787

fche Onderhalldelingete wege.

Staaten van Holland, die op het berigt hoe verre zy de zaak met de AmjlerdamjcheAfgevaardigden gebragt hadden, van deezen tot befcheid ontvingen, „ dat zy niet „ zouden nalaaten de noodige demarches „ by den Hertog te doen; doch dat zy „ voor het fucces niet konden initaan." De Gelastigden bragten hun onder 't oog de Aankondiging te Amjlerdam gedaan, geplaatst_ in de Stads-courant, die, onder iet opzigt der Regeeringe gefchreeven, neer dan een gewoon loopeude Nieuwsnaare, in dit geval, te betrouwen was, Deeze Aankondiging, verklaarden zy, deedt Ie1 ftaat der Onderhandelinge geheel van gedaante veranderen: vermids de Schikdngen en hulpmiddelen, die het voorwerp laar van uitleeverden, nu geheel vervallen varen: dewyl de Regeering der Stad alles ïadt ingewilligd, het geen by eenpaarigïeid der achttien overige Leden van de /ergadering beflooten was geweest. De dmjltrdamjche Heeren betuigden deeze Aankondiging wel in die Loopmaare gezien; loch des, van Stadswegen, geene kennis >ekomen te hebben: waarom zy zich nog noesten houden aan hun voorigen last, le aanblyving der tegenwoordige Regee-

ing en der Amptenaaren betreffende. .

ïleeven zy dus volharden in hunnen eisch, le weigering was even volftrekt; en werd laar op alle verdere Onderhandeling afgeirooken

Na-

(*) Re jol. van Heil. 4 Oct. 787.

Sluiten