Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

232 VADERLANDSCHE

LX1H.

BOEK.

1787. 1/88.

Hollandi oordeel ovei dien ftand dei zaaken.

„ vroeden, dat, byaldien die Deliberatien, „ niet ras ten einde mogten kunnen ge„ bragt worden, hun Hoog Mog. zich „ in de noodzaaklykheid zouden bevin„ den, zelf proviiioneel, en hangende „ de verdere Deliberatien, fchikkirigen „ werkftellig te maaken, waar door de „ verdere Confufie geweerd wierd, en „ voorgekomen, dat de Republiek haare „ Colonien en de voordeelen, dewelke „ dezelve aan den .Lande behooren aan te „ brengen, geheel en voor altoos ver„ looren. (*)"

Hollands breede Raadflag en Beftuit, ftrekte zeer om hulp en onderlreuning toe te brengen, aan de IVest-Indifck MaatJchappy, die noch Geld, noch Crediet hadt; terwyl de Regeering in de Volkplantingen omver geworpen was, en de Juftitie onwerkzaam; waar uit voortvloeide, een openlyk gedoogde Handel met Vreemdelingen, die de voordeelen genooten, welke voor de Ingezetenen alleen behoorden bewaard te worden. Eene gefteltenis, huns oordiels, zodanig, „ dat „ het Moederland, indien de zaaken lan„ ger op dien voet voortgingen," gelyk zy fpraaken, „ beter zou deen, de Co„ lomen geheel te laaten vaaren, en alle „ de onafmeetbaare Voordeelen derzelven „ te misfen, dan 'er langer kosten aan te „ befteeaen, waar van anderen de vrug„ ten plukten."

Geen

(') RefJ. gen. 29. jan. en 1. April 1788.

Sluiten