Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18 In de H. Schrift zyn geene

kent (*). 3) De dochter van Ismaël voert daarom ook deezen naam van Basmath Gen. XXXVI. 3. haar eigen naam was Machalath Gen. XXVIII. 9. Hier uit volgt, 4) dat Beëri en Am de vader van Judith of Aholibama dezelfde perzoon zy. " 5)' Als 'er nu Gen. XXXVI. 2. bygevoegd word Ana, de dochter van Zibe'ón enz. dan zoude men met den Samaritaanfchen Text zoon (f) kunnen lezen, Ana is een mansnaam vf. 20, 24, 25. of zonder daartoe te komen, kan men het woord dochter ook tot Aholibama brengen , voor kleindochter, in deezen zin, dochter van Am, kleindochter van Zibe'ón, hetwelk nodig was, om haaren Vader Ana, den zoon van Zibe'ón te onderfcheiden van Ana, den broeder deszelven vf 20. 6) De beide eerfte vrouwen van Efau zyn Canaanitifche Gen. XXVIII. 8. hunne vaders worden Hethiten genoemd Gen. XXVI. 34. maar Gen. XXXVI. 2. is Zibe'ón de Grootvader een Hiviter, en vf 20. een Horiter (§). Dit laatfte ftryd zekerlyk niet, omdat Horiter eene algemeene benaming is van volken, die in hooien en fpelonken woonen , maar dat hy te gelyk

(*) Dus is het niet nodig den Text te veranderen en Gen. XXVI. 34. voor Basmath te lezen Ada, met Faber Ach<eol. der Hebraer. i Th. Seit. 39.

(f) p in plaats van pQ, dus ook de LXX. en Syrifche

Overzetting, welke MicnAtLis volgt de Troglodytis §. 2,3,5. en Kenn:cott in the ftate ofthe printedHebr. Text. DisJ'.l. Part. 2. p. 2,72. Faber /. c. maakt eene nog hardere verandering, en leest voor J")3, 'p|K Broeder.

(§) MiCHAëLis /. c. leest daarom Gen. XXXVI. 2. voor Heviter '*|p|, ^pl een Horiter of Holbewooner, Faber /. c. wil Gen. XXVI. 34. voor »p|p|, lezen '«|p|, zodat Zibeon een Heviter van oorfprong, wiens vader Seïr uit Cahaan naar het Idumeïfche gebergte zig begeven en aldaar in Holen als een Horiter gewoond zal hebben.

Sluiten