is toegevoegd aan je favorieten.

De bybel verdeedigd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tydrekening der H. S, Hoofdft. XV. 171

§.6.

De zwarigheden uit Gen.XV. 13. 16. Exod. XII. 40. en Gal. III. 17. opgehelderd.

In het ïïh Deel. Bladz. 55. volgg. heb ik gefproken van de wonderbaare vermenigvuldiging der Israëliten in Egypte, en Bladz. 56. gezegd, dat men niet volkomen zeker is, of het verblyf der Israëliten in Egypte geweeft zy 215 of 430 jaaren. Te weten, aan Abraham word voorzegd Gen. XV 13. Weet voorzeker, dat uw zaad, vreemd zal zyn in een land, dat hunlieder niet is, en zy zullen hun dienen, en zy zullen hen verdrukken 400 jaaren. Ff. 16. word gezegd: En het vierde geflacht zal herwaar is wederkeeren enz. Exod. Xil. 40. lezen wy in onze Overzetting: De tyd nu der-wooninge, die de kinderen Jsraè'ls in Egytte gewoond hebben , is vier honderd jaar en dertig jaar, en Gal. III. 17. En dit zegge ik, het verbond, dat te vooren van God bevestigdis op Christus , word door de Wet, die na 430 jaaren gekomen is, niet krachteloos gemaakt, om de beloftenisfe te niet 'te doen. Uft de eerfte deezer plaatzen fchynt te moeten beflooten worden, datde kindéren Israëls wezenlyk 430 jaaren in Egypte gewoond hebben, en dit ftelt ook onder anderen de Heer MiCHAëLis (*), doch, hoe zal men in den tyd van 400 jaaren flechts vier gedachten rekenen kunnen ? Te minder, omdat werkelyk het vierde geflacht uit Egypte getrokken is, gelyk wy in het II. Deel. Bl. 13. bewezen hebben, en indien een geflacht 1 voor 100 jaaren of eene Eeuw genomen word, dan is- niet het vierde,

maar

(*) Ooft. BibL XII. Btel. Num. 192.