is toegevoegd aan uw favorieten.

Biographisch woordenboek der Nederlanden [...]. Eerste(-achtste) deel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88 CRONENBURG. (BERNARD DESSENIUS van)

doch werdt kort hier na te Groningen beroepen , om 'er opentlijk de geneeskunde te leraren , *t welk hij met lof ge.' durende agt of negen jaren volvoerde ; toen Jan Eciitils Profesfor te Keulen hem naar die ftad wist te lokken, daar Cronenburg zo gelukkig in zijne eerfte genezingen flaagde, dat hij v/el dra in het Collegium Mtdicum als lid weidt aangenomen , en de Regering hem een ordentelijke jaarwedde toeleide. Hij hadt het geluk dat zijne praktijk voorfpoedig bleef voortduren , en dat zijn roem en achting door de fchriften die hij in 't licht gaf aangroeide. Hij ftierf in deze ftad in 1574, groteIxjks betreurd, in den ouderdom van 63 jaren en wierdt in de Laurentius-kerk begraven. Cronenburg was een rondelijk, opregt man, een vijand van de Hoven daar hij gelegenheid heeft gehadt om vcorde'ig geplaatst te worden; ook was bij gehard tegens de nukken van bet fortuin. Voorts was hij ongemeen werkzaam , en ftudeerde naarftig zelvs tot in zijn klimmende jaren, betuigende met Socrates: „ dat het beter „ is laat te leren, dan in 't geheel niet." Matthiolus in zijne Epiftolce Medicinales roemt grotelijks zijne geleerdheid. Hij maakte ene bijzondere ftudie van de Kruid- en Artsenijkunde. Men heeft van hem in 't licht:

I. De compofitione Medicamentorum, hodierno xvo, apud Pliar* macopolas pasfim exjlantium : fcf ««" artificio eadem retlé porart qitema; cum Siwplicium atque Aromatum, quibus conjïflunt, Expofitionibus, ac plerorumque omnium dele3.it, Libri X. Non Medicis £f Pliarmacopceis tantum, fed omnibus infuper rerum cognofcendarum jludiojis utilisfmi, pariter ac necefarii, ubi Jingula ad ipfisfimam veritatem expenduntur, plurimi errores aperiuntur, & controverfue frequentes conciliantur. Franco/. 1555. in /olio. It. Lugd. 1556. Opgedragen aan Adolf van Schouwenburg, Keurvorst van Keulen. Cronenburg, getrouw aan de leerHellingen van Galenus, maakte altoos gebruik in zijne praktijk van de eenvoudigfte geneesmiddelen, en wilde die onbefchadigd en versch hebben, overtuigd dat de middelen die verouderd zijn, veel van hare kragt hebben verloren. Hij begeerde dat de Geneesheer fojntijds tegenswoordig moest zijn

bij