is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandelingen uitgegeeven door de Maatschappy ter bevordering van den landbouw te Amsterdam.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»* (BYLAAGE, B.) «

Art. 8.

Dat in het vierde jaar, na dat de Springhengften zullen zyn gekeurd als boven, mede tot aanmoediging en tot een proeve, aan den genen, die het fraaifte en beste driejarig Paard, dat hy zal bewyzen van zyne Merrie, door een der Keur -hengften befprongen, gefokt te zyn, zal gefchonken worden honderd Gulden, voor het tweede vyf en zeventig, en voor het derde vyftig Gulden.

9-

Dat ten dien einde een ieder wordt vermaand, om ook tot het aanfokken van jonge Paarden,zo veel doenlyk , te gebruiken goede en welgemaakte Merriën , als mede om zyne jonge Paarden niet te vroeg tot ' zwaar werk te gebruiken, waar door dezelven ligtelük bedorven worden.

lo.

Dat de gekeurde Spring, hengften in ieder jaar, op den tyd en plaats, die ah boven bekend gemaakt zal zyn, zullen moeten worden verteond, op poene vanvy? en twintig Gulden voor ieder Hengst te verbeuren, by den geenen, die daar van in gebreke blyft.

II.

Dat niemand van de In- en Opgezetenen dezer Provincie zal vermogen buiten de gekeurde Hengften eenige andtren te houden, 't zy om zyn eige, V zy andere Merriën te dekken j op poene van vyftig Gulden.

Art.