Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i4 ORESTES en HERMIONE.

dien ik eens beminde! Ik wil op deeze

gedachten niet blijven hangen; ik vreeze voor mijn eigen hart, ik wil Palmire niet weder zien. Ik wil aan Thalthybius mijne zwakheid ontdekken, ik wil hem bidden, dat wij vertrekken. Mijn Vader, zal ik tot hem zeggen , ik begin voor mij zeiven te vreezen. Palmire is voor mij gevaarlijk; ik ben onrustig , laat ons offeren, laat ons deezen oord

verlaaten. Maar kan ik hem verlaaten!

Mijn hart flaat heviger. Dat hetfla: Ik

moet het hem ontdekken; ik wil het hem ontdekken. Ik zal ongelukkig zijn , wanneer ik heenreize; Ik zal mijne gedachten, mijn hart, 'ik zal mij zeiven geheel hier laaten; Elk gewest ter wereld , mijn Vaderland , Mycene, de Troon, indien mij de Goden den Troon fchenken, zullen voor mij eene woeftenij zijn;

efi zelfs Hermione ach ! ik ken haar

njet zal deeze eenzaamheid niet fchoo-

ner maaken: Doch het moet zijn, en de Eer wil het.

Venus hoorde den Zoon van Agamemnon dus fpreeken , zij had vastgefteld, hem gelukkig te maaken, en zij zag verder in het

toe-

Sluiten