Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'1

SPARTACUS WEISHAUPT,

er vereiocht worden o'jfi te gebieden irï de fchobj der leugen, van de verdorvenheid, en der godloosheid. Zij zullen de Sophisten overtreffen in de kunst om aan de dwaaling de taal der misleiding; aan de driften en ondeugden den fchijn der detfgdetf; en aafl de godloosheid dén mantel der wijsbegeerte te leenen. In het hol der zamenzweerers zullen zij uitmunten in het beraarnen van fchelmftukken, in het voorbereiden van omwendingen , en in het berokkenen van den ondergang van godsdienst en burgerftaat tevens. Nergens zijn zij onbeduidend, dan waaide kennis van het waare en het eerlijke eenen aanvang neemt. Wanneer de hemel, door het menschdom getergt, toelaat, dat een van deze wezens in de waereld verfchijnt, behoeft hij deze aarde flechts aan hetzelve over te geven, om door dezen geesfel genoeg over dezelve gewrooken te zijn.

Met alle deze trekken, onder alle deze voorteekenen, wierdt op het einde van het jaar 1748, in Beijeren, een godlooze gebooren,wiens naam was Johan Weishaupt, in de jaarboeken van zijne fecte bekent onder den naam van Spartacus. Deze godlooze mensch was, tot fchande van zijnen doorluchtigen befchermer, eerst Profesfor in de rechten aan de hooge fchool van Ingolftadt, thans is hij, als een verraader van zijnen Vorst, en als een verraader van het geheelitlj uitzijn vaderland gebannen, leeft gerust

in

Sluiten